ECLI:NL:RVS:2021:1600
Raad van State
- Hoger beroep
- D.A.C. Slump
- Rechtspraak.nl
Afwijzing VOG-aanvraag voor huisgenoot gastouder wegens drugsveroordeling en risico voor gastkinderen
Appellant vroeg op 27 februari 2020 een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) aan om als huisgenoot van zijn moeder, een gastouder, te kunnen wonen. De minister weigerde de VOG op 27 maart 2020 vanwege een justitiële antecedent: een onherroepelijke veroordeling in België op 28 maart 2019 voor drugsteelt en deelname aan een criminele organisatie. De minister vond dat dit een risico vormde voor de veiligheid van gastkinderen, ondanks dat appellant niet direct zorg draagt.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarbij zij oordeelde dat de minister terecht van de datum van veroordeling uitging bij de beoordeling van het tijdsverloop en dat het belang van de samenleving zwaarder woog dan dat van appellant. Appellant stelde in hoger beroep dat de pleegdatum als uitgangspunt had moeten gelden en dat hij zich positief had ontwikkeld zonder recidivegevaar.
De Raad van State oordeelde dat het motiveringsgebrek in de eerdere beslissing terecht was gepasseerd en bevestigde dat de minister redelijkerwijs van de datum van veroordeling mocht uitgaan. De persoonlijke omstandigheden en positieve ontwikkelingen van appellant werden meegewogen, maar onvoldoende om het risico te verlagen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de afwijzing van de VOG-aanvraag vanwege onvoldoende tijdsverloop en risico voor gastkinderen.