De werknemer is sinds 1 juli 2019 in dienst als Senior Java Developer bij de werkgever. Op 13 mei 2020 werd de werknemer op staande voet ontslagen wegens het aanbieden van freelance diensten aan relaties van de werkgever, wat volgens de werkgever een schending van het relatiebeding en onrechtmatig handelen zou zijn.
De werknemer betwistte dit en stelde dat hij geen werkzaamheden voor die relaties had verricht en dat het ontslag geen geldige dringende reden bevatte. De kantonrechter oordeelde dat de door de werkgever aangevoerde dringende redenen geen schending van het relatiebeding opleverden, omdat niet was komen vast te staan dat de werknemer daadwerkelijk werkzaamheden voor de relaties had verricht.
Ook het verwijt van onrechtmatig handelen was onvoldoende onderbouwd. Daarom was er geen dringende reden voor ontslag op staande voet en werd het ontslag vernietigd. De loonvorderingen van de werknemer werden toegewezen, inclusief een gematigde wettelijke verhoging en rente.
Het tegenverzoek van de werkgever tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst wegens een verstoorde arbeidsverhouding en de vangnetbepaling werd afgewezen, omdat onvoldoende feiten waren gesteld om een duurzame verstoring aan te nemen.
De werkgever werd veroordeeld in de proceskosten. De beschikking werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.