De werknemer was sinds februari 2019 als beveiliger in dienst bij de werkgever. Op 15 mei 2020 werd hij op staande voet ontslagen wegens het onrechtmatig wegnemen van een iPad Pro, cover, pencil en oplader uit de winkel. De werkgever baseerde het ontslag op verklaringen van getuigen, vondst van verpakkingen in de vuilcontainer en een bekentenis van de werknemer.
De werknemer betwistte het ontslag en stelde dat hij de goederen slechts had gebruikt om een spelletje te spelen en deze wilde terugleggen. Hij voerde aan dat het ontslag niet onverwijld was gegeven en dat er geen dringende reden was. Ook stelde hij dat de persoonlijke omstandigheden onvoldoende waren meegewogen.
De kantonrechter oordeelde dat het ontslag onverwijld was gegeven, mede gezien de bevestiging per WhatsApp en de brief binnen een redelijke termijn. De dringende reden was aanwezig omdat de werknemer zich schuldig had gemaakt aan een ernstige schending van zijn verplichtingen, wat het vertrouwen van de werkgever onherstelbaar had beschadigd.
De vordering tot vernietiging van het ontslag werd afgewezen. De werkgever werd veroordeeld tot betaling van het salaris en de ploegentoeslag over de periode voorafgaand aan het ontslag. De transitievergoeding werd afgewezen wegens ernstig verwijtbaar handelen van de werknemer. De werknemer werd veroordeeld in de proceskosten.