ECLI:NL:RBMNE:2020:4327
Rechtbank Midden-Nederland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen weigering exploitatievergunning horecabedrijf wegens slecht levensgedrag leidinggevende
Verzoekster, exploitant van een horecabedrijf, verzocht om een voorlopige voorziening tegen het besluit van de burgemeester van Utrecht om haar exploitatievergunning te weigeren en in te trekken. De weigering was gebaseerd op het oordeel dat de leidinggevende van het bedrijf niet voldeed aan het criterium van goed levensgedrag, vanwege diverse verkeersdelicten en beledigingen van ambtenaren.
De voorzieningenrechter oordeelde dat er wel sprake was van een spoedeisend belang vanwege de financiële situatie van verzoekster, die door de sluiting zonder inkomsten kwam te zitten. Echter, de rechter vond niet dat de besluiten van de burgemeester evident onrechtmatig waren. De burgemeester had de motivering aangevuld en de rechtbank had reeds andere beroepsgronden afgewezen.
De voorzieningenrechter stelde vast dat het criterium van slecht levensgedrag niet strijdig was met de Dienstenrichtlijn en dat de burgemeester een ruime beoordelingsvrijheid heeft bij het toetsen van het levensgedrag van leidinggevenden. Ook de aanwezigheid van een VOG voor de leidinggevende deed hieraan niet af. Het verzoek om voorlopige voorziening werd daarom afgewezen.
Uitkomst: De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af en bevestigt de weigering van de exploitatievergunning wegens slecht levensgedrag van de leidinggevende.