ECLI:NL:RBMNE:2020:4506
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag Verklaring Omtrent Gedrag voor functie bijrijder wegens eerdere opium- en vermogensdelicten
Eiser vroeg een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) aan voor zijn functie als bijrijder bij een witgoedbedrijf. Verweerder wees de aanvraag af vanwege een eerdere veroordeling binnen de terugkeertermijn van vier jaar voor medeplegen van softdrugsteelt, bezit van softdrugs en diefstal, waarvoor een taakstraf en een voorwaardelijke gevangenisstraf waren opgelegd.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht het algemene screeningsprofiel met de risicogebieden 'informatie', 'geld', 'diensten', 'goederen' en 'proces' had gehanteerd, zoals door de werkgever was aangegeven. Eiser slaagde er niet in aannemelijk te maken dat deze risicogebieden onjuist waren toegepast voor zijn functie.
Bij de belangenafweging van het subjectieve criterium gaf verweerder meer gewicht aan het belang van de samenleving bij het beperken van risico's dan aan het belang van eiser bij het verkrijgen van de VOG. De rechtbank vond dit standpunt redelijk, mede vanwege de recente veroordeling en de lopende proeftijd. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep af en bevestigt de afwijzing van de VOG-aanvraag wegens eerdere relevante veroordelingen binnen de terugkeertermijn.