ECLI:NL:RVS:2016:1094
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing VOG-aanvraag voor vrijwilligersfunctie na justitiële antecedenten
De staatssecretaris weigerde de aanvraag van appellant voor een verklaring omtrent het gedrag (VOG) voor een vrijwilligersfunctie bij ’t Paradies in Roermond vanwege diverse justitiële antecedenten, waaronder vermogens- en drugsdelicten. Appellant was enkele maanden als vrijwilliger actief en wilde de functie voortzetten, maar de VOG was vereist en werd geweigerd.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling overwoog dat de terugkijktermijn voor beoordeling van justitiële gegevens in beginsel vier jaar bedraagt, vermeerderd met de duur van een uitgezette vrijheidsstraf. Hoewel onzekerheid bestond over de exacte duur van de strafuitzetting, stonden meerdere relevante antecedenten binnen de terugkijktermijn geregistreerd.
De Afdeling stelde vast dat de staatssecretaris terecht het algemene screeningsprofiel met risicogebieden 'geld' en 'personen' had toegepast, gezien de functieaspecten. De vermogens- en drugsdelicten vormden een objectieve belemmering voor een behoorlijke uitoefening van de functie. Het subjectieve criterium, waarbij belangen van appellant worden afgewogen, bood geen grond voor afgifte van de VOG. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep tegen de afwijzing van de VOG-aanvraag wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.