ECLI:NL:RVS:2019:867
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering Verklaring Omtrent het Gedrag voor taxichauffeurskaart na mishandeling en verkeersovertredingen
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie wees de aanvraag van appellant om een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) af vanwege justitiële gegevens binnen de terugkijktermijn van vijf jaar, waaronder een veroordeling wegens mishandeling en twee verkeersovertredingen. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze weigering ongegrond. Appellant stelde in hoger beroep dat het mishandelingsincident een eenmalig, niet relevant incident was en dat de verkeersovertredingen lichte vergrijpen betroffen, en dat hij bovendien gewaardeerd werd in de taxibranche.
De Afdeling oordeelde dat de staatssecretaris de VOG terecht mocht weigeren omdat het belang van bescherming van de samenleving zwaarder weegt dan het belang van appellant, ondanks de gevolgen voor hem. De verkeersovertredingen en mishandeling zijn relevant voor de integriteitseisen van de chauffeurskaart. De staatssecretaris hoefde de omstandigheden waaronder de mishandeling plaatsvond niet mee te wegen, noch het feit dat cassatie was ingesteld, omdat het begrip strafbare feiten ook voorlopige gegevens omvat.
De Afdeling bevestigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Afdeling bevestigt de weigering van de VOG-aanvraag voor de taxichauffeurskaart.