Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 13 oktober 2020 in de zaak tussen
Procesverloop
Overwegingen
)gaat het over de mate van
Rechtbank Midden-Nederland
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 17 september 2019 waarin haar bezwaar tegen de vaststelling van haar arbeidsongeschiktheid per 16 augustus 2018 ongegrond werd verklaard. In het primaire besluit van 22 februari 2019 was vastgesteld dat zij 80 tot 100% arbeidsongeschikt is en haar loonaanvullingsuitkering wordt voortgezet.
De rechtbank constateert dat eiseres aanvankelijk twee beroepen heeft ingesteld, waarvan zij het beroep over de periode tot 19 februari 2018 heeft ingetrokken. Hierdoor staat de mate van arbeidsongeschiktheid per die datum vast. Het beroep dat nu aan de orde is, richt zich op de periode vanaf 16 augustus 2018.
Eiseres geeft aan met het beroep geen materieel belang na te streven, maar een zwaarwegend persoonlijk belang in erkenning van haar ziekte. De rechtbank volgt de stelling van verweerder en de jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep dat een dergelijk persoonlijk belang geen procesbelang oplevert. Het gevolg is dat het beroep niet-ontvankelijk wordt verklaard en de rechtbank niet inhoudelijk op de mate van arbeidsongeschiktheid ingaat.
Er is geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang.