ECLI:NL:RBMNE:2020:4803
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen berekening WIA-dagloon met toepassing startersregeling WW-uitkering
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) waarin het WIA-dagloon en de daaruit voortvloeiende uitkering zijn vastgesteld. Het primaire besluit bepaalde een WIA-uitkering gebaseerd op een WIA-maandloon dat was berekend op basis van de verlaagde WW-uitkering wegens toepassing van de startersregeling.
De rechtbank heeft vastgesteld dat de verlaging van 29% van de WW-uitkering als beginnend ondernemer volgens de geldende regels in het Dagloonbesluit Werknemersverzekeringen correct is verwerkt in de berekening van het WIA-dagloon. De rechtbank benadrukt dat noch het UWV noch de rechter kan afwijken van de wettelijke bepalingen in het Dagloonbesluit, ook niet om persoonlijke omstandigheden van eiser mee te wegen.
De rechtbank verwijst naar eerdere jurisprudentie waarin is bevestigd dat het aan de wetgever is om eventuele ongewenste effecten van deze systematiek te corrigeren. De rechtbank wijst het beroep af en ziet geen aanleiding tot een proceskostenveroordeling. Eiser is gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het beroep tegen de berekening van het WIA-dagloon met toepassing van de startersregeling is ongegrond verklaard.