ECLI:NL:RBMNE:2020:4812
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen beslag op schadevergoeding door UWV
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het UWV waarbij een schadevergoeding aan hem deels is afgehouden vanwege executoriaal beslag van de Belastingdienst. Het UWV heeft een bedrag van €12.432,- afgedragen aan de Belastingdienst en het restant van €192,46 aan eiser betaald. Eiser stelde dat het bedrag een nabetaling van een periodieke betaling betrof, waardoor rekening gehouden had moeten worden met de beslagvrije voet.
De rechtbank oordeelde dat het UWV gehouden is volledige medewerking te verlenen aan het gelegde beslag en geen beoordelingsvrijheid heeft over de geldigheid of omvang daarvan. Bezwaren tegen het beslag dienen bij de civiele rechter te worden voorgelegd. De rechtbank concludeerde dat de schadevergoeding niet valt onder de definitie van een nabetaling van een periodieke betaling zoals bedoeld in artikel 475c Rv, zodat het UWV geen rekening hoefde te houden met de beslagvrije voet.
Daarnaast heeft eiser verzocht om vrijstelling van griffierecht vanwege financiële omstandigheden, maar heeft hij onvoldoende bewijs geleverd van zijn scheiding en inkomenssituatie. Daarom werd dit verzoek afgewezen. Het beroep is ontvankelijk en inhoudelijk ongegrond verklaard. De uitspraak is gedaan door rechter J. Wolbrink op 20 oktober 2020.
Uitkomst: Het beroep tegen het beslag op de schadevergoeding is ongegrond verklaard en het verzoek tot vrijstelling van griffierecht is afgewezen.