Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van 4 november 2020 op het verzoek om voorlopige voorziening in de zaak tussen
Procesverloop
Beslissing
Overwegingen
Spoedeisend belang
Voorlopig rechtmatigheidsoordeel
Het is vaste rechtspraak van de Centrale Raad van Beroep (CRvB) [1] dat verweerder mag uitgaan van de juistheid van de verblijfsrechtelijke informatie, zoals deze wordt verstrekt door de Staatssecretaris. Het is immers de primaire verantwoordelijkheid van de Staatssecretaris om te beoordelen of vreemdelingen In Nederland rechtmatig verblijven. Ter zitting is door verweerder naar voren gebracht dat er nog contact is geweest tussen verweerder en de Staatssecretaris op 8 oktober 2020, 28 oktober 2020 en op 29 oktober 2020. Verweerder heeft gevraagd of er nog wijzigingen hebben plaatsgevonden in de situatie van verzoeker, maar dat blijkt niet het geval te zijn.
tenzijde verblijfsvergunning is ingetrokken op één van de gronden bedoeld in het tweede lid van artikel 73. In het geval van verzoeker is de vergunning (bij besluit van 9 april 2020 van de Staatssecretaris) ingetrokken omdat verzoeker een gevaar vormt voor de openbare orde of nationale veiligheid, zoals genoemd in artikel 18, eerste lid, onder e, van de Vw, in samenhang met artikel 19 van Pro de Vw. Op grond van artikel 73, tweede lid, van de Vw had het besluit van 9 april 2020 daarom geen schorsende werking en had hij geen rechtmatig verblijf op grond van artikel 8, aanhef en onder h, van de Vw. Verzoeker mocht dus de uitkomst van het bezwaar niet in Nederland afwachten en hij had ook geen recht op bijstand op grond van artikel 11, derde lid, van de Pw, in samenhang met artikel 1, tweede lid, van het Besluit gelijkstelling. Er is immers niet bij wet en ook niet bij rechterlijke uitspraak bepaald dat uitzetting van verzoeker achterwege dient te blijven totdat op het bezwaarschrift is beslist.