ECLI:NL:RBMNE:2020:5257
Rechtbank Midden-Nederland
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring beroep wegens ontbreken machtiging afgewezen
De zaak betreft het verzet van opposant tegen de uitspraak van 25 juni 2020 waarin het beroep van opposant niet-ontvankelijk werd verklaard wegens het ontbreken van een toereikende machtiging van de eigenaar van het perceel aan een adres in Baarn.
Opposant voerde aan dat een machtiging geen formeel vereiste was en dat een dergelijke machtiging tussen de dossierstukken aanwezig zou zijn. Ook stelde hij dat hij na afloop van de termijn alsnog een machtiging had ingediend en dat de griffier hem onjuist had geïnformeerd over de aard van de zitting.
De rechtbank oordeelde dat op grond van artikel 8:24 Awb Pro een schriftelijke machtiging vereist is en dat machtigingen uit andere procedures niet toereikend zijn voor deze zaak. De rechtbank stelde vast dat de machtiging pas tijdens de verzetprocedure werd ingediend en dat geen geldige reden was gegeven voor het late indienen.
De vermeende misleiding door de griffier over de zitting kon het verzet niet rechtvaardigen omdat de uitspraak op het beroep al was gedaan en niet was vervallen verklaard. Het verzet werd daarom ongegrond verklaard en de bestreden uitspraak bleef in stand.
Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep wegens ontbreken van een toereikende machtiging is ongegrond verklaard en de bestreden uitspraak blijft in stand.