Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 2 december 2020 in de zaak tussen
[eiser] , te [woonplaats] , eiser,
Procesverloop
Overwegingen
4. Duidelijk een gedrag tentoonspreiden dat in strijd is met de essentiële verkeersregels en verkeerstekens ter zake van:
Eisers stelling dat er bandensporen in de berm zichtbaar waren, leidt niet een andere conclusie. Hieruit kan immers op zichzelf niet worden afgeleid dat de situatie ook voor andere verkeersdeelnemers onduidelijk was, zoals eiser stelt.
De verklaring van de bevelvoerder werpt geen ander licht op de zaak omdat deze de kern van de gedragingen zoals door de verbalisant opgetekend niet weerspreekt. De bevelvoerder schrijft immers dat hij verbaasd was dat er een voertuig bij het plaats ongeval stond en dat hij eiser heeft gesommeerd het voertuig te verplaatsen zodat zij geen hinder zouden hebben. Dat de bevelvoerder heeft vermeld dat de hulpverlening geen hinder heeft ondervonden en dat dit geen invloed heeft gehad op de bevrijding van de slachtoffers neemt niet weg dat de verbalisant heeft waargenomen dat er brandweermannen opzij moesten stappen toen eiser er aan kwam rijden. Bovendien heeft de bevelvoerder vlak na de gebeurtenis tegen de verbalisant gezegd dat hij het gedrag onprettig en gevaarlijk vond.
Tot slot overweegt de rechtbank in dit verband dat de door eiser overgelegde artikelen om het standpunt te onderbouwen dat de politie ook fouten maakt niet relevant zijn voor deze zaak.
Beslissing
De beslissing is uitgesproken op 2 december 2020 en zal openbaar worden gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl.