Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
2.TENLASTELEGGING
3.VOORVRAGEN
4.WAARDERING VAN HET BEWIJS
A: Gewoon seks hebben. (…) Hij ging in en uit. (…) Met zijn piemel.
neukenen
hun porno.
afgedwongenseksueel contact. De rechtbank ziet in de blote ontkenning door verdachte echter geen aanknopingspunten om aan te nemen dat sprake was van een vrijwillig seksueel contact. De verklaringen van aangeefster, die de rechtbank – zoals hiervoor overwogen – geloofwaardig acht, bevatten daarentegen tal van omstandigheden – zoals hiervoor beschreven – die er op duiden dat sprake was van een afgedwongen seksueel contact. Daarbij moet in ogenschouw worden genomen dat verdachte en aangeefster zich op een stille en afgelegen locatie bevonden en dat aangeefster (destijds 14/15 jaar oud) op die momenten niet de beschikking had over een eigen vervoermiddel om zich van die locatie te verwijderen. Aangeefster was bang omdat zij met verdachte alleen was en er geen andere mensen in de buurt waren. Door aangeefster in deze situatie te brengen heeft verdachte aangeefster zodanig psychisch onder druk gezet en haar gebracht in een zodanige (bedreigende) situatie dat aangeefster zich naar redelijke verwachting niet aan het seksueel contact heeft kunnen onttrekken. Het kan haar in die omstandigheden ook niet worden tegengeworpen dat zij zich niet fysiek heeft verzet tegen dit ongewenst seksueel contact door bijvoorbeeld te schreeuwen of wild om zich heen te slaan. Door de hiervoor geschetste dwang met feitelijkheden heeft verdachte opzettelijk veroorzaakt dat aangeefster de seksuele handelingen tegen haar wil, hetgeen voor verdachte kenbaar was, heeft ondergaan.
5.BEWEZENVERKLARING
en
6.STRAFBAARHEID VAN HET FEIT
7.STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE
8.OPLEGGING VAN STRAF
9.BENADEELDE PARTIJ
€ 15.396,28. Dit bedrag bestaat uit € 396,28 aan materiële schade en € 15.000,00 aan immateriële schade, ten gevolge van het aan verdachte primair ten laste gelegde feit. De raadsman van de benadeelde partij, mr. J. Denissen, advocaat te Eersel, heeft de vordering op de zitting nader toegelicht.
op andere wijzein zijn persoon is aangetast. In het onderhavige geval gaat het om laatstgenoemde categorie. Degene die zich hierop beroept zal voldoende concrete gegevens moeten aanvoeren waaruit kan volgen dat in verband met de omstandigheden psychische schade is ontstaan. Daartoe is vereist dat naar objectieve maatstaven het bestaan van geestelijk letsel kan worden vastgesteld. Ook als het bestaan van geestelijk letsel in voornoemde zin niet kan worden aangenomen, is niet uitgesloten dat de aard en de ernst van de normschending en van de gevolgen daarvan voor de benadeelde, meebrengen dat van de in artikel 6:106, aanhef en onder b, BW bedoelde aantasting in zijn persoon ‘op andere wijze’ sprake is. In zo een geval zal degene die zich hierop beroept de aantasting in zijn persoon met concrete gegevens moeten onderbouwen. Dat is slechts anders indien de aard en de ernst van de normschending meebrengen dat de in dit verband relevante nadelige gevolgen daarvan voor de benadeelde partij zo voor de hand liggen, dat een aantasting in de persoon kan worden aangenomen (vgl. Hoge Raad 28 mei 2019, ECLI:NL:HR:2019:794).
10.TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN
11.BESLISSING
gevangenisstrafvan
3 (drie) jaren;
1 (één) jaar, van deze gevangenisstraf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders gelast op grond van het feit dat verdachte de hierna te melden algemene en bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd;
proeftijdvan
3 (drie) jarenvast;
[slachtoffer]toe tot een bedrag van
€ 7.767,48(zegge: zevenduizendzevenhonderdzevenenzestig euro en achtenveertig eurocent), bestaande uit € 267,48 aan materiële schade en € 7.500,00 aan immateriële schade;