Belanghebbende, een vennootschap, was geconfronteerd met een naheffingsaanslag in de loonheffingen over de periode van 1 april 2013 tot en met 29 april 2013. Na een uitspraak van de Rechtbank Noord-Holland werd in hoger beroep door het Gerechtshof Amsterdam de aanslag bevestigd. Belanghebbende stelde vervolgens cassatieberoep in bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad heeft het cassatieberoep beoordeeld aan de hand van de ingediende middelen. Deze middelen konden echter niet leiden tot cassatie, mede omdat zij geen rechtsvragen opriepen die van belang waren voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling. Daarom werd het beroep zonder nadere motivering ongegrond verklaard.
Ook werd door de Hoge Raad geen veroordeling in de proceskosten opgelegd, aangezien geen aanleiding daarvoor bestond. Het arrest werd uitgesproken door de raadsheren Fierstra, Wortel en Beukers-van Dooren op 24 mei 2019.