Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
2.TENLASTELEGGING
3.VOORVRAGEN
4.WAARDERING VAN HET BEWIJS
collaborative storytelling. Deze contacten hebben geleid tot een uitvoerige stroom van informatie, waarvan achteraf niet kan worden uitgesloten dat deze de verklaringen van de meisjes heeft beïnvloed. Deze beïnvloeding maakt dat de afgelegde verklaringen niet bruikbaar zijn voor bewijs.
“toegang verschaffen tot dierenpornografische afbeeldingen door middel van een geautomatiseerd werk of met gebruikmaking van een communicatiedienst” niet.
aangehouden. In de woonkamer zag ik op de keukentafel een laptop liggen. [verdachte] gaf desgevraagd aan dat deze laptop van hem was. De laptop is later inbeslaggenomen ten behoeve van de waarheidsvinding. [13]
- Er zijn geen aanknopingspunten voor de mogelijkheid dat de verhalen van de 7 meisjes zijn ontstaan door bewuste beïnvloeding. Geen van de ouders of de kinderen lijkt een motief te hebben om verdachte bewust vals te beschuldigingen.
- Er is geen steun voor de mogelijkheid dat er seksuele handelingen met de meisjes zijn gepleegd door iemand anders dan verdachte.
- Er zijn geen aanknopingspunten voor de mogelijkheid dat de meisjes hun verhalen over de betastingen door verdachte hebben verzonnen
- Voor de mogelijkheid dat er sprake kan zijn van een misverstand en dat onschuldige handelingen ten onrechte zijn uitgelegd als seksueel getinte handelingen is geen ondersteuning ten aanzien van de meisjes die genoemd worden in het onder feit 1 ten laste gelegde. Ten aanzien van de meisjes die genoemd zijn in het onder feit 2 ten laste gelegde sluit de deskundige niet uit dat de intentie van verdachte bij de handelingen anders was dan achteraf is geïnterpreteerd door de meisjes en hun ouders in de context van de geruchten over seksueel grensoverschrijdend gedrag.
- Er is ondanks de risicovolle ontstaansgeschiedenis van de verklaringen geen sterke ondersteuning voor de mogelijkheid dat de verklaringen door onbedoelde beïnvloeding zijn ontstaan. Het is volgens de deskundige nooit mogelijk uit te sluiten dat de gesprekken die de meisjes onderling hebben gevoerd en die de meisjes met hun ouders hebben gevoerd, de verklaringen hebben beïnvloed, bijvoorbeeld op details. Maar naar het oordeel van de deskundige is er geen sterke ondersteuning te vinden voor de mogelijkheid dat dit de kern van de verklaringen betreft.
- Er zijn geen serieuze problemen met de inhoud van de verklaringen van de minderjarige meisjes.
5.BEWEZENVERKLARING
aaien van de met kleding bedekte en/of ontblote vagina van die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] en
6.STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN
toegang verschaffen tot(en op die manier bekijken) van een of meer van zulke afbeeldingen (van een film in een browser) is immers niet gelijk te stellen aan het
bezitvan die afbeeldingen en is niet strafbaar gesteld. De rechtbank zal verdachte daarom ten aanzien van dit feit ontslaan van alle rechtsvervolging.
7.STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE
8.OPLEGGING VAN STRAF EN/OF MAATREGEL
De reclassering schat het recidiverisico in als laag op basis van diverse risico-instrumenten, maar kan gezien de ontkennende houding van verdachte geen delictgerelateerde risicofactoren vaststellen. De reclassering adviseert geen interventies of behandeling in een strafrechtelijk kader, mede nu verdachte ontkent en niet bereid is tot het volgen van interventies/behandeling. De reclassering adviseert wel een aantal bijzondere voorwaarden in het kader van slachtofferbescherming.
De psycholoog is van oordeel dat verdachte niet lijdend is aan een psychische stoornis en schat het risico op recidive in als laag. Gelet hierop wordt geen behandeling in een strafrechtelijk kader geadviseerd.
9.BENADEELDE PARTIJEN
10.TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN
11.BESLISSING
- bepaalt dat de politie toezicht houdt op de naleving van deze bijzondere voorwaarden;
- legt aan verdachte op de maatregel strekkende tot beperking van de vrijheid voor de duur van vijf jaren;
- beveelt dat verdachte
- zich niet zal ophouden in de gemeente [plaatsnaam 1] , behalve in het geval van doorreis in een vervoermiddel zonder uit te stappen;
- zich onthoudt van contact met [slachtoffer 2] , [A] , [slachtoffer 5] , [H] , [slachtoffer 8] , [B] , mevrouw [achternaam] (moeder van [slachtoffer 8] ), [slachtoffer 3] , [E] , [K] , [slachtoffer 1] , [D] , [C] , [slachtoffer 7] , [I] , [L] , [slachtoffer 6] , [J] en [M] ;
- ontzet de verdachte uit het recht tot de uitoefening van het beroep van leerkracht, begeleider of instructeur van minderjarigen voor de duur van acht jaar;
- geeft de reclassering opdracht toezicht te houden op de naleving door de verdachte van de ontzetting van het recht tot de uitoefening van het beroep van leerkracht, begeleider of instructeur van minderjarigen;
- heft op het bevel tot schorsing van de voorlopige hechtenis;
- wijst de vordering van
- veroordeelt verdachte tot betaling aan
- legt verdachte de verplichting op ten behoeve van
- bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;
- veroordeelt de verdachte in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot nu begroot op nihil;
- wijst de vordering van [A] toe tot een bedrag van € 956,97 wegens materiële schade, bestaande uit de schadeposten reiskosten eerste aanleg, behandeling acupuncturist, gederfde inkomsten ouderschapsverlof (tot een bedrag van € 389,07) en incontinentiematerialen;
- veroordeelt verdachte tot betaling aan [A] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 7 november 2019 tot de dag van volledige betaling;
- verklaart [A] voor wat betreft het meer gevorderde niet-ontvankelijk in de vordering;
- legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [A] aan de Staat € 956,97 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 7 november 2019 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 19 dagen gijzeling;
- bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;
- veroordeelt de verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot nu begroot op nihil;
- wijst de vordering van
- veroordeelt verdachte tot betaling aan
- verklaart
- legt verdachte de verplichting op ten behoeve van
- bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;
- veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot nu begroot op nihil;
- wijst de vordering van [E]
- veroordeelt verdachte tot betaling aan [E]
- verklaart [E]
- legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [E]
- bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;
- veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot nu begroot op nihil;
- wijst de vordering van [B] als wettelijk vertegenwoordiger van [slachtoffer 8] toe tot een bedrag van € 750,00, bestaande uit immateriële schade;
- veroordeelt verdachte tot betaling aan [B] als wettelijk vertegenwoordiger van [slachtoffer 8] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 7 november 2019 tot de dag van volledige betaling;
- legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [B] als wettelijk vertegenwoordiger van [slachtoffer 8] aan de Staat € 750,00 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 7 november 2019 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 15 dagen gijzeling;
- bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;
- veroordeelt verdachte in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot nu begroot op nihil;
- wijst de vordering van [B] toe tot een bedrag van € 412,17, bestaande uit materiële schade;
- veroordeelt verdachte tot betaling aan [B] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 7 november 2019 tot de dag van volledige betaling;
- verklaart [B] voor wat betreft het meer gevorderde niet-ontvankelijk in de vordering;
- legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [B] aan de Staat € 412,17 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 7 november 2019 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 8 dagen gijzeling;
- bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;
- veroordeelt verdachte in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot nu begroot op nihil;
- wijst de vordering van [D] en [C] als wettelijk vertegenwoordigers van [slachtoffer 1] toe tot een bedrag van € 2.500,00, bestaande uit immateriële schade;
- veroordeelt verdachte tot betaling aan [D] en [C] als wettelijk vertegenwoordigers van [slachtoffer 1] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 7 november 2019 tot de dag van volledige betaling;
- legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [D] en [C] als wettelijk vertegenwoordigers van [slachtoffer 1] aan de Staat € 2.500,00 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 7 november 2019 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 35 dagen gijzeling;
- bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;
- wijst de vordering van [D] toe tot een bedrag van € 1.843,38, bestaande uit
- veroordeelt verdachte tot betaling aan [D] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 7 november 2019 tot de dag van volledige betaling;
- legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [D] aan de Staat € 1.843,38 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 7 november 2019 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 28 dagen gijzeling;
- bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;
- wijst de vordering van [C] toe tot een bedrag van € 5.777,44;
- veroordeelt verdachte tot betaling aan [C] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 7 november 2019 tot de dag van volledige betaling;
- legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [C] aan de Staat € 5.777,44 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 7 november 2019 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 63 dagen gijzeling;
- bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;