Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.[bewindvoerster] , h.o.d.n. [handelsnaam 1]
[handelsnaam 2],
Rechtbank Midden-Nederland
De kantonrechter van Rechtbank Midden-Nederland behandelde op 19 oktober 2020 een zaak waarin een werknemer, onder bewind gesteld, loonvorderingen en een transitievergoeding vorderde van haar voormalige werkgever. De bewindvoerder werd als formele procespartij erkend en trad op namens de werknemer.
De werknemer vorderde onder meer loon over januari en februari 2020, vakantiegeld, vakantie- en overuren, eenmalige en eindejaarsuitkeringen, alsmede een transitievergoeding. De werkgever erkende de vorderingen niet, maar stelde een verrekeningsafspraak met de werknemer te hebben over openstaande kinderopvangkosten. De kantonrechter oordeelde dat deze afspraak de werknemer niet kon binden vanwege het bewind en dat verrekening slechts mogelijk was tot het bedrag van de beslagvrije voet.
De transitievergoeding werd volledig verrekend met de schuld van de werknemer, waardoor deze vordering werd afgewezen. Loon over januari 2020 en overuren werden toegewezen, evenals een deel van het vakantiegeld. De werknemer kreeg gelegenheid om een berekening van de beslagvrije voet in te dienen, waarna de werkgever mocht reageren. De proceskosten werden aan de werkgever opgelegd. De behandeling van overige vorderingen werd aangehouden.
Uitkomst: De kantonrechter wijst loon over januari 2020, een deel van het vakantiegeld en overuren toe en wijst de transitievergoeding af wegens verrekening.