Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
kantonrechter
1.[verzoekster sub 1] ,2.De besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
gemachtigde mr. I.J. Woltman
[verweerster] B.V., gevestigd te [vestigingsplaats] ,
verweerster, hierna ook te noemen: [verweerster] ,
gemachtigde mr. N. Bouwman.
1.Het verloop van de procedure
- het verzoekschrift van [verzoekster sub 1] , ter griffie ingekomen op 12 juli 2019;
- het gezamenlijke verzoek van partijen van 19 juli 2019 aan de kantonrechter om onderhavig geschil op grond van artikel 96 Rv Pro te behandelen en in één procedure te beslechten, met de mogelijkheid van hoger beroep;
- de beslissing van de kantonrechter van 25 juli 2019 dat de door partijen voorgelegde geschillen ex artikel 96 Rv Pro door de kantonrechter worden behandeld;
- het verweerschrift tevens houdende (voorwaardelijk) verzoek tot ontbinding tevens houdende conclusie van eis van [verweerster] van 12 augustus 2019;
- het verweerschrift op het (voorwaardelijk) zelfstandig verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst tevens houdende conclusie van antwoord in conventie tevens conclusie van eis in reconventie van [verzoekster sub 1] van 12 september 2019;
- de akte inbreng producties tevens conclusie van antwoord in reconventie van [verweerster] van 20 september 2019;
- de mondelinge behandeling van 24 september 2019 waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt;
- de akte uitlatingen met twee producties van [verzoekster sub 1] van 28 oktober 2019;
- de akte uitlatingen van [verweerster] van 15 november 2019.
(…) dat partijen zijn overeengekomen als volgt:
Definities(…)
Peildatum:
In verband met een chronische ziekte gaat de fysieke toestand van de heer [verzoekster sub 1] langzaam achteruit. Daarom heeft hij al zijn gemelde zesduizend (6.000) aandelen, welke [verzoekster sub 2] B.V. heeft in [bedrijfsnaam 2] B.V., verkocht aan [bedrijfsnaam 1] B.V.
a. Partijen zijn overeengekomen, mede gelet op de know-how, ervaring en contacten van de heer [verzoekster sub 1] , dat zolang de heer [verzoekster sub 1] daartoe (fysiek) in staat is, hetgeen door Partijen in alle redelijkheid en billijkheid zal worden vastgesteld, de Vennootschap tegen betaling van een redelijke vergoeding gebruik zal maken van de diensten van de heer [verzoekster sub 1] .
Partijen zijn nadrukkelijk overeengekomen dat door het gebruik van de Vennootschap van de diensten van de heer [verzoekster sub 1] er geen arbeidsrelatie tot stand is gekomen of zal komen. Partijen beschouwen onderhavig gebruik vergelijkbaar met het inlenen van personeel via een uitzendbureau. De Vennootschap heeft derhalve ook geen werkgeversverzekeringen, sociale verzekeringslasten en dergelijke voor de heer [verzoekster sub 1] te regelen en/of af te dragen. Tevens is de heer [verzoekster sub 1] respectievelijk [verzoekster sub 2] B.V. zelf verantwoordelijk voor de juiste fiscale afwikkeling van het gebruik van bovengemelde diensten.
Partijen gaan ervan uit dat de Vennootschap gedurende een aantal uren per week gebruik zal maken van de diensten van de heer [verzoekster sub 1] . Gedurende deze tijd, dus de door de heer [verzoekster sub 1] daadwerkelijk bestede (ingehuurde) tijd voor en ten behoeve van de Vennootschap, is het concurrentie-, geheimhoudings- en relatiebeding van Hoofdstuk 2 niet van toepassing.
3.Het verzoek en (voorwaardelijk) tegenverzoek
€ 17.080,00 bruto over de periode van januari 2019 tot 16 mei 2019 en een bedrag van € 8.400,00 bruto dient te voldoen uitgaande van de periode over 16 mei 2019 tot 15 juli 2019, dan wel in een goede justitie te bepalen bedrag, welk bedrag binnen 5 dagen na dagtekening van de te wijzen beschikking aan [verzoekster sub 1] dient te zijn betaald, welk bedrag te vermeerderen is met de wettelijke rente vanaf 16 mei 2019 althans vanaf de datum van indiening van dit verzoekschrift;
4.De vorderingen in conventie en in reconventie
De vordering van [verweerster] in conventie en het verweer van [verzoekster sub 1]
€ 26.317,58 te hebben geleden.
- te regelen dat [bedrijfsnaam 3] ( [bedrijfsnaam 3] ), een leverancier van [verweerster] , beton kon storten bij de eigenaar van [bedrijfsnaam 4] , een relatie van [verweerster] ,
- rechtstreeks zaken en diensten te leveren aan [E] , een klant van [verweerster] ,
- provisie te rekenen aan [E] voor opdrachten die [verweerster] heeft uitgevoerd in [plaatsnaam 5] en daarvoor in ruil namens [verweerster] korting aan [E] te geven
- zaagwerk aan [E] te factureren, terwijl [verweerster] dit zaagwerk heeft betaald.
- dat hij terecht de schikking van € 10.000,00 met [D] voor de helft heeft doorbelast aan [verweerster] ;
- dat een aantal creditnota’s ten onrechte niet door zijn geboekt door de administratie;
€ 157,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder voorwaarde dat [verweerster] niet binnen 14 dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en er vervolgens betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 82,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van de betekening van de uitspraak en te vermeerderen met de wettelijke rente over de nakosten met ingang van 14 dagen na betekening van het vonnis tot aan de voldoening.
5.De beoordeling van het verzoek en het tegenverzoek
Er is geen sprake van een arbeidsovereenkomst
[achternaam] /Schoevers)).
Al de voorgaande kenmerken en de wijze waarop invulling is gegeven aan de overeenkomst, passen binnen het kader van een overeenkomst van opdracht en niet binnen het specifieke karakter van de arbeidsovereenkomst.
6.De beoordeling van de vorderingen
In conventie
€ 2.500,00) niet aan [verweerster] zijn doorberekend, maar stelt dat hij dat niet bewust heeft gedaan. [verzoekster sub 1] stelt dat de boekhoudster van [verweerster] de creditnota’s ten onrechte niet zou hebben doorberekend.
€ 26.317,58wordt toegewezen.
oncurrentie/relatiebeding?
€ 350.000,00 verschuldigd aan [verweerster] , nu in het beding per overtreding een boete is overeengekomen van € 50.000,00.
€ 50.000,00.
€ 870,88 toegewezen, nu die kosten volgen uit de beslagstukken en de specificatie van de deurwaarder. Aan salaris advocaat wordt een bedrag van € 721,00 toegewezen (1 punt x tarief € 721,00, gebaseerd op het toegewezen bedrag in hoofdsom).
€ 17.080,00 exclusief btw. Daarnaast vordert [verzoekster sub 1] van [verweerster] nog een bedrag van
€ 10.000,00 ten aanzien van een nog niet uitgekeerd bedrag van winstuitkering.
Door [verweerster] worden deze vorderingen van [verzoekster sub 1] niet inhoudelijk betwist. Wel beroept [verweerster] zich ten aanzien van deze vorderingen van [verzoekster sub 1] primair op opschorting en subsidiair op verrekening
.
€ 27.080,00. Door [verzoekster sub 1] is voor het overige niets aangevoerd tegen het beroep op verrekening, zodat het bedrag van € 27.080,00 voor verrekening in aanmerking komt. Dat betekent dat [verzoekster sub 1] na verrekening van dit bedrag aan [verweerster] nog een bedrag van
€ 49.237,58 moet voldoen. Nu [verweerster] zich terecht op opschorting heeft beroepen, wordt de door [verzoekster sub 1] gevorderde wettelijke rente over voornoemde vorderingen afgewezen.
)over een werk voor [bedrijfsnaam 6] dat door [verweerster] in 2016 is uitgevoerd, maar pas is gefactureerd in 2017.
Daarom zal ook in een geval als het onderhavige, waarin artikel 7:653 BW Pro niet van toepassing is, niet elke contractuele beperking van het recht op vrije arbeidskeuze zonder meer in stand kunnen blijven. Er moet een afweging worden gemaakt tussen het grondwettelijke recht op vrije arbeidskeuze van [verzoekster sub 1] enerzijds en het belang van [verweerster] bij integrale handhaving van het concurrentiebeding anderzijds. Bij deze afweging spelen alle feiten en omstandigheden van het geval een rol (zie Hof ’s-Hertogenbosch 8 januari 2013, ECLI:NL:GHSHE:2013BY8162).
€ 50.000,00 is verschuldigd, zijn de beslagen niet onrechtmatig.