ECLI:NL:RBMNE:2020:5804
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Eiseres heeft een WIA-uitkering aangevraagd na haar arbeidsongeschiktheid die begon op 18 juli 2016. Verweerder wees de aanvraag af op grond van medische en arbeidskundige rapporten waaruit bleek dat eiseres per 16 juli 2018 meer dan 65% van haar maatmanloon kon verdienen, wat betekent dat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt was.
Eiseres betwistte deze beoordeling en bracht medische rapporten in van arts [A], die stelde dat de verzekeringsarts de beperkingen onvoldoende had ingeschat vanwege een toen nog onbekende diagnose van dunne vezelneuropathie (DVN). De verzekeringsarts bezwaar en beroep reageerde uitgebreid en motiveerde waarom de beperkingen passend waren en dat de medische gegevens geen aanleiding gaven tot een hogere mate van arbeidsongeschiktheid.
Ook de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep motiveerde dat de functies die eiseres zou kunnen verrichten binnen haar belastbaarheid vielen, wat bevestigd werd door de rechtbank. De rechtbank oordeelde dat de medische en arbeidskundige beoordelingen zorgvuldig en voldoende gemotiveerd waren en dat eiseres onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat zij meer beperkingen had.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en wees de WIA-uitkering af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de WIA-uitkering is ongegrond verklaard omdat eiseres minder dan 35% arbeidsongeschikt is.