ECLI:NL:RBMNE:2023:5618
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Eiseres, werkzaam als inpakker/productiemedewerker, vroeg een WIA-uitkering aan wegens rugklachten en later dunne vezelneuropathie en andere aandoeningen. Het UWV wees de aanvraag af omdat eiseres minder dan 35% arbeidsongeschikt zou zijn. Na bezwaar en eerdere procedures stelde eiseres dat haar beperkingen waren toegenomen en dat het UWV onvoldoende rekening hield met haar actuele medische situatie en rolstoelafhankelijkheid.
De rechtbank oordeelde dat het UWV de beoordeling op drie juiste beoordelingsmomenten heeft gebaseerd, namelijk medio 2018, 1 oktober 2018 en 15 november 2021. De medische rapporten van verzekeringsartsen waren zorgvuldig, volledig en voldoende gemotiveerd, ook ten aanzien van de diagnoses en beperkingen, inclusief lip- en lymfoedeem. Eiseres bracht onvoldoende medische onderbouwing voor een hogere mate van arbeidsongeschiktheid of urenbeperking.
De arbeidsdeskundige selectie van functies was passend bij de vastgestelde beperkingen. Er was geen reden om een onafhankelijke deskundige te benoemen. De rechtbank concludeerde dat het UWV terecht geen WIA-uitkering toekende en wees het beroep af. Eiseres krijgt geen griffierecht of proceskostenvergoeding terug.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de weigering van een WIA-uitkering wordt ongegrond verklaard.