Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.De procedure
2.De voorgeschiedenis
3.Het incident tot verwijzing van de zaak naar de handelskamer
4.De vorderingen in conventie en de beoordeling daarvan
980,--
Rechtbank Midden-Nederland
Eiser was statutair bestuurder en directeur bij gedaagde onderneming en had een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. Op 9 juni 2020 nam eiser namens zijn vennootschap ontslag als statutair bestuurder, wat door de aandeelhouders op 26 juni 2020 werd bevestigd. Gedaagde betwistte de doorbetaling van loon na die datum en stelde dat ook de arbeidsovereenkomst was geëindigd.
De kantonrechter oordeelde dat de arbeidsovereenkomst van eiser zo nauw verbonden was met zijn rol als statutair bestuurder, dat het ontslag als bestuurder ook het einde van de arbeidsovereenkomst betekende. Daarom moest de zaak worden behandeld door de handelskamer. De vorderingen van eiser tot loonbetaling, wedertewerkstelling en toegang tot bedrijfsmiddelen werden afgewezen.
Gedaagde vorderde in reconventie de teruggave van bedrijfseigendommen en terugbetaling van onverschuldigd loon. Eiser erkende de teruggaveplicht, waarna de voorzieningenrechter hem veroordeelde binnen 14 dagen de bedrijfseigendommen te retourneren en het bedrag van €104,74 terug te betalen. Eiser werd tevens veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De arbeidsovereenkomst eindigt door het ontslag als statutair bestuurder, vorderingen van eiser worden afgewezen en hij moet bedrijfseigendommen retourneren en onverschuldigd loon terugbetalen.