Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.De procedure
- de dagvaarding van 30 december 2016
- de akte overlegging producties tevens wijziging van eis met producties
- de akte houdende uitlating van de Consumentenbond
- de conclusie van antwoord met producties
- de conclusie van repliek tevens wijziging van eis met productie
- de conclusie van dupliek
- de pleitnotitie van de Consumentenbond
- de pleitnotitie van ASR.
2.Waar gaat het over?
- of de Consumentenbond kan worden ontvangen in zijn vorderingen (3.2-3.6)
- of de vorderingen van de Consumentenbond zijn verjaard (3.7-3.8)
- of de klachtplicht is geschonden (3.9-3.10)
- van welke uitgangspunten in deze collectieve actie moet worden uitgegaan (3.11-3.13)
- of ASR aan haar informatieplichten heeft voldaan (3.14-3.30)
- of de voorbeeldkapitalen misleidend zijn (3.31-3.36)
- of wilsovereenstemming bestaat over de (hoogte van de) kosten en overlijdensrisicopremie (3.37-3.43)
- of de bedingen over de kosten en overlijdensrisicopremie oneerlijk zijn (3.44-3.66)
- of ASR op grond van artikel 22 Rv Pro aanvullende informatie moet verstrekken (3.70-3.71).
3.De beoordeling
- ASR aan haar informatieverplichtingen heeft voldaan
- de voorbeeldkapitalen niet misleidend zijn
- wilsovereenstemming bestaat over de (hoogte van de) kosten en de overlijdensrisicopremie, zodat van een leemte geen sprake is
- de bedingen over kosten en de overlijdensrisicopremie niet oneerlijk zijn.
- een omschrijving van de uitkering of uitkeringen waartoe de verzekeraar zich verplicht (sub b),
- de premie verschuldigd voor de hoofddekking, en, indien de overeenkomst voorziet in een of meer nevenuitkeringen, de premies die voor ieder van de nevenuitkeringen zijn verschuldigd (sub h),
- indien de overeenkomst voorziet in een afkoop- of premievrije waarde, een opgave of indicatie van deze waarden of een opgave van de wijze waarop deze waarden worden berekend (sub k).
Op grond van het onderzoek van de Verzekeringskamer blijkt dat de formulering in de oude regeling te veel ruimte liet voor verschil in interpretatie. In een aantal gevallen werd volstaan met een globale omschrijving van de uitkering(en) waartoe de verzekeraar zich verplichtte, waardoor de consument zich geen duidelijk beeld kon vormen van de te verwachten prestaties. Op grond van de huidige regeling moet nu het bedrag genoemd worden of, indien dit niet mogelijk is, een nauwkeurige omschrijving van de uitkering(en), met vermelding van de factoren waarvan de hoogte afhankelijk is.”
Ook heeft de RFT[rechtbank: Raad van Financiële Toezichthouders]
voor de presentatie van de kosten en van de voorbeeldrendementen standaardmodellen ontwikkeld die het mogelijk moeten maken om verschillende (soorten) producten goed met elkaar te kunnen vergelijken. Deze modellen heeft de RFT door het NIPO laten toetsen door middel van een consumentenonderzoek. Dit heeft ertoe geleid dat de geteste modellen op een aantal punten zijn vereenvoudigd. Zo heeft de RFT er onder meer toe besloten geen specificatie van de kosten te verlangen die aan een product verbonden zijn. Uit het NIPO-onderzoek blijkt namelijk dat de consument met name geïnteresseerd is in de netto-opbrengst die bij een bepaalde inleg uiteindelijk kan worden verwacht.”(Kamerstukken II, 2000/2001, 26 676, nr. 5).
“
Met opbouwpremie wordt in dit artikel bedoeld de voor de levensverzekering verschuldigde premie minus daarin begrepen kostenopslagen.”
2.443,50(4,5 punten × tarief € 543,00)