ECLI:NL:RBMNE:2021:1192
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen uitsluiting bijstandsrecht wegens verblijf buitenland tijdens coronapandemie
Eiser, met Soedanese nationaliteit, ontving bijstand op grond van de Participatiewet en vertrok met toestemming naar Egypte voor vakantie, met de intentie binnen vier weken terug te keren. Door de coronapandemie en het sluiten van het luchtruim kon hij pas na ruim drie maanden terugkeren. Verweerder blokkeerde daarop het recht op bijstand vanaf 31 maart 2020 vanwege het verblijf langer dan vier weken in het buitenland.
Eiser maakte bezwaar tegen deze blokkering en uitsluiting. Het bezwaar tegen de blokkering werd ongegrond verklaard, het bezwaar tegen de uitsluiting deels gegrond met een aanpassing van de periode. Eiser stelde dat de coronapandemie een noodsituatie vormde die dringende redenen gaf voor bijstand op grond van artikel 16 van Pro de Participatiewet.
De rechtbank oordeelde dat geen sprake was van een acute noodsituatie, omdat eiser in zijn levensonderhoud had voorzien, onder meer via familie, en de financiële problemen niet zodanig ernstig waren. De memo van verweerder over bijzondere bijstand tijdens de coronapandemie bood geen rechten zonder dat eiser zelf contact had gezocht. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de uitsluiting van het recht op bijstand wegens verblijf langer dan vier weken in het buitenland wordt ongegrond verklaard.