ECLI:NL:CRVB:2024:2377
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens te lang verblijf in buitenland zonder zeer dringende redenen
Appellant en zijn gezin verbleven langer dan vier weken in het buitenland, waardoor het college de bijstand over die periode introk. Appellant voerde aan dat door een coronabesmetting en quarantaine zeer dringende redenen bestonden om bijstand te verlenen.
De Raad oordeelt dat het enkele feit van een coronabesmetting en de daardoor ontstane quarantaine niet voldoet aan de eis van een acute noodsituatie zoals bedoeld in artikel 16 van Pro de Participatiewet. Ook de psychische problemen en niet-zelfredzaamheid zijn onvoldoende onderbouwd. Bovendien was er hulp van familie aanwezig voor huisvesting en levensonderhoud, waardoor bijstand niet onvermijdelijk was.
De Raad benadrukt dat artikel 16 PW Pro een uitzondering is en geen algemene ontsnappingsclausule voor coronagerelateerde omstandigheden biedt. Het hoger beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de intrekking van de bijstand blijft in stand.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand wegens te lang verblijf in het buitenland wordt bevestigd omdat geen zeer dringende redenen zijn aangetoond.