ECLI:NL:RBMNE:2021:1388

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
31 maart 2021
Publicatiedatum
7 april 2021
Zaaknummer
8391088
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Verwijzingen
1 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering werkgever wegens niet uitgevoerde bewijsopdracht bij ziekmelding werknemer

In deze civiele arbeidsrechtelijke zaak vordert een besloten vennootschap (werkgever) betaling van loon dat zij aan een werknemer heeft betaald over de periode van 15 augustus 2019 tot 1 november 2019. De werkgever stelt dat de arbeidsovereenkomst was geëindigd vóór de ziekmelding van de werknemer, waardoor de loonbetalingen onverschuldigd zouden zijn.

De kantonrechter verwijst naar een eerder tussenvonnis waarin de werkgever een bewijsopdracht kreeg om aan te tonen dat de werknemer vóór haar ziekmelding was weggestuurd. De werkgever heeft echter aangegeven niet aan deze bewijsopdracht te kunnen voldoen en verzocht om vonnis.

Omdat de werkgever geen bewijs heeft geleverd dat de arbeidsovereenkomst vóór de ziekmelding was geëindigd, oordeelt de kantonrechter dat de arbeidsovereenkomst niet is geëindigd door de ziekmelding. De loonbetalingen zijn daarom niet onverschuldigd. De vordering wordt afgewezen en de werkgever wordt veroordeeld in de proceskosten, terwijl de werknemer geen kosten hoeft te vergoeden.

Uitkomst: De vordering van de werkgever wordt afgewezen omdat zij niet heeft bewezen dat de arbeidsovereenkomst vóór de ziekmelding was geëindigd.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Civiel recht
kantonrechter
locatie Utrecht
zaaknummer: 8391088 UC EXPL 20-2041 AS/31467
Vonnis van 31 maart 2021
inzake
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[eiseres] B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
verder ook te noemen [eiseres] ,
eisende partij,
gemachtigde: mr. G.H. Teiken,
tegen:
[gedaagde],
wonende te [woonplaats] ,
verder ook te noemen [gedaagde] ,
gedaagde partij,
procederend in persoon.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De kantonrechter verwijst naar het tussenvonnis 3 februari 2021, waarin aan [eiseres] een bewijsopdracht is gegeven.
1.2.
Bij faxbericht van 1 maart 2021 heeft [eiseres] meegedeeld dat het voor haar niet mogelijk is aan de bewijsopdracht te voldoen en heeft zij de kantonrechter verzocht om vonnis te wijzen.
1.3.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De verdere beoordeling van het geschil

2.1.
[eiseres] heeft, hoewel daartoe in de gelegenheid gesteld, geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid om te bewijzen dat [gedaagde] op 15 augustus 2019 vóór haar ziekmelding door [naam stichting] is weggestuurd. Dit betekent dat de uitzendovereenkomst tussen partijen niet is geëindigd omdat [gedaagde] zich ziek heeft gemeld (zie r.o 3.6 van het tussenvonnis). Het loon dat [eiseres] over de periode 15 augustus 2019 tot 1 november 2019 aan [gedaagde] heeft betaald is dan ook niet onverschuldigd geweest. De vordering van [eiseres] wordt om deze reden afgewezen.
2.2.
[eiseres] wordt als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten veroordeeld. De kosten aan de kant van [gedaagde] worden bepaald op nihil. Zij heeft immers geen griffierecht betaald en heeft ook geen kosten gemaakt voor rechtsbijstand.

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
wijst de vordering af;
3.2.
veroordeelt [eiseres] tot betaling van de proceskosten aan de kant van [gedaagde] , tot de uitspraak van dit vonnis begroot op nihil.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.W. Langeler, kantonrechter, en is in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 31 maart 2021.