Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.De procedure
2.De beslissing
3.De gronden van de beslissing
186,50(0,5 punten x tarief € 373,00)
Rechtbank Midden-Nederland
De zaak betreft een loonvordering van eiseres tegen haar voormalige werkgever, nadat een arbeidsovereenkomst mondeling tot stand kwam maar niet schriftelijk werd vastgelegd. Eiseres had een aanbod geaccepteerd voor een contract van bepaalde tijd als arbeidsjurist, maar de werkgever stelde later een andere jurist aan en weigerde loon te betalen.
De kantonrechter stelde vast dat er overeenstemming was over de essentiële arbeidsvoorwaarden, waardoor een arbeidsovereenkomst is ontstaan. De werkgever werd veroordeeld tot betaling van het loon over een periode van drie maanden, inclusief vakantiebijslag en een vergoeding voor brandstofkosten.
De werkgever had aangevoerd dat loonbetaling niet nodig was omdat eiseres niet beschikbaar was en dat zij geen inkomensschade had geleden omdat zij haar vorige baan nog had. De kantonrechter matigde de loonvordering echter op grond van artikel 7:680a BW, omdat volledige loondoorbetaling tot onaanvaardbare gevolgen zou leiden. De proceskosten werden aan eiseres toegewezen.
Uitkomst: Werkgever wordt veroordeeld tot betaling van loon over drie maanden met matiging van de loonvordering.