Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.De procedure
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
schending cao?
996,00(2 punten x tarief € 498,00)
Rechtbank Midden-Nederland
De vakbond FNV vorderde een verklaring voor recht dat de werkgever, [gedaagde] BV, gehouden is om een resultaatafhankelijke uitkering (RAU) van 2% te betalen aan een groep werknemers die op grond van hun individuele arbeidsovereenkomst recht hebben op een vaste kerstgratificatie of eindejaarsuitkering van 2%. De werkgever had deze RAU over 2018 en 2019 niet betaald en stelde dat de kerstgratificatie een positievere toepassing van de cao-bepaling was, waardoor geen dubbele uitkering verschuldigd zou zijn.
De kantonrechter oordeelde dat er onvoldoende bewijs is dat de kerstgratificatie een toepassing van de cao-rau is, mede omdat de cao-rau een winstdelingsregeling betreft die niet terugkomt in de individuele arbeidsovereenkomst. Ook was het aannemelijk dat de cao-rau en de kerstgratificatie twee afzonderlijke regelingen zijn. Het gelijktijdig bestaan van beide aanspraken is niet onaanvaardbaar naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid.
De werkgever is daarom gehouden de RAU over 2018 en 2019 te betalen, vermeerderd met een wettelijke verhoging van 10% en wettelijke rente. De vordering tot schadevergoeding wegens niet-naleving van de cao werd afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing. De werkgever werd veroordeeld tot betaling van de proceskosten.
Uitkomst: Werkgever is gehouden de resultaatafhankelijke uitkering over 2018 en 2019 te betalen naast de vaste kerstgratificatie.