ECLI:NL:RBMNE:2021:1822
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Herziening WW-uitkering en boete wegens niet gemelde werkzaamheden in partnerbedrijf
Eiser ontving vanaf oktober 2017 een WW-uitkering en werd door het UWV onderzocht wegens niet gemelde werkzaamheden in het bedrijf van zijn partner vanaf maart 2018. Het UWV herzag de uitkering en legde een boete op wegens schending van de inlichtingenplicht.
De rechtbank oordeelt dat eiser had moeten weten dat hij deze werkzaamheden moest melden, omdat het ging om normale betaalde werkzaamheden, ook al waren deze onbetaald. Het UWV mocht de uitkering herzien en een boete opleggen.
Echter, het UWV heeft onvoldoende onderbouwd dat eiser vanaf maart 2018 tot maart 2019 gemiddeld 30 uur per week werkte. Eiser gaf aan dat hij pas vanaf maart 2019 die uren maakte. Hierdoor is het besluit deels onjuist en wordt het vernietigd.
De rechtbank draagt het UWV op een nieuwe beslissing te nemen waarbij het aantal gewerkte uren vóór maart 2019 nader wordt onderzocht. Voor de periode vanaf maart 2019 mag het UWV uitgaan van 30 uur per week. Tevens moet het griffierecht aan eiser worden vergoed.
De uitspraak is gedaan door de meervoudige kamer van Rechtbank Midden-Nederland op 3 mei 2021.
Uitkomst: Besluit UWV tot herziening WW-uitkering en boete wordt vernietigd wegens onvoldoende onderbouwing gewerkte uren vóór maart 2019; nieuwe beslissing wordt opgelegd.