ECLI:NL:RBMNE:2021:1861
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Herziening en terugvordering te hoge Ziektewet-uitkering wegens onjuist vastgesteld dagloon
Eiser was vanaf september 2017 in dienst en meldde zich ziek in september 2017. Verweerder kende een ZW-uitkering toe op basis van een dagloon van € 209,26, later herzien naar € 128,93. Verweerder vorderde terugbetaling van te veel ontvangen uitkering over de periode januari 2018 tot juni 2019.
Eiser betwistte de terugvordering en stelde dat hij niet kon weten dat het dagloon te hoog was vastgesteld en dat hij erop mocht vertrouwen dat het UWV de juiste beslissing nam. De rechtbank stelde vast dat het dagloon in het toekenningsbesluit onjuist hoog was vastgesteld (€ 607,63), wat bijna vijf keer het overeengekomen loon was. Dit maakte het voor eiser redelijkerwijs duidelijk dat het dagloon niet klopte.
De rechtbank overwoog dat eiser ook gezien het feit dat de ZW-uitkering 70% van het dagloon bedraagt en hoger was dan zijn loon, had kunnen begrijpen dat de uitkering te hoog was. Verweerder mocht daarom de uitkering herzien en de te veel ontvangen bedragen terugvorderen. Er was geen dringende reden om af te zien van terugvordering. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de herziening en terugvordering van de te veel ontvangen ZW-uitkering.