ECLI:NL:RBMNE:2021:2003
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing WIA-uitkering wegens ontbreken nieuwe feiten
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het UWV om zijn aanvraag voor een WIA-uitkering per 20 februari 2017 af te wijzen. Het bezwaar van eiser werd door verweerder ongegrond verklaard, waarna de rechtbank een tussenuitspraak deed waarin verweerder werd opgedragen de gebreken te herstellen. Verweerder nam daarop twee nieuwe besluiten op 25 november 2020, waarin het bezwaar opnieuw ongegrond werd verklaard met gewijzigde motivering. De rechtbank oordeelt dat eiser geen nieuwe feiten of omstandigheden heeft aangevoerd die recht geven op herziening van eerdere besluiten uit 2010 en 2012.
De rechtbank stelt vast dat eiser geen aanspraak kan maken op een toename van arbeidsongeschiktheid, mede omdat hij sinds 2013 een bijstandsuitkering ontvangt en niet verzekerd is voor ZW- of WIA-uitkering. Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit wordt vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand. Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en de proceskosten van eiser.
De uitspraak bouwt voort op de eerdere tussenuitspraak en benadrukt het beoordelingskader van de Centrale Raad van Beroep omtrent herzieningsverzoeken. De rechtbank volgt de motivering van verweerder dat geen nieuwe feiten zijn aangevoerd die een ander besluit rechtvaardigen. De procedure werd gesloten zonder mondelinge behandeling omdat partijen hier geen behoefte aan hadden.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit wordt vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.