ECLI:NL:RBMNE:2021:2270
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Herziening studiefinanciering wegens onvoldoende bewijs feitelijk verblijf op brp-adres
Eiseres stond vanaf mei 2017 ingeschreven op het adres van haar oom en tante en ontving studiefinanciering als uitwonende. Verweerder herzag dit en verlaagde de beurs naar thuiswonend, met terugvordering van te veel betaalde bedragen. Controleurs voerden huisbezoeken uit en spraken buurtbewoners, maar troffen geen overtuigend bewijs aan dat eiseres daadwerkelijk op het adres woonde.
Eiseres voerde aan dat het onderzoek onzorgvuldig was en dat persoonlijke spullen over het hoofd waren gezien. Ook stelde zij dat getuigenverklaringen onvolledig of niet ondertekend waren. De rechtbank oordeelde echter dat het onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd, met een evenwichtige benadering en aanvullend buurtonderzoek.
De rechtbank vond dat verweerder terecht concludeerde dat eiseres niet op het adres woonde, mede omdat geen persoonlijke, structurele eigendommen van haar werden aangetroffen. Overgelegde verklaringen en foto’s van eiseres waren onvoldoende concreet en konden het oordeel niet veranderen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de herziening van de studiefinanciering wordt ongegrond verklaard.