ECLI:NL:RBMNE:2021:238
Rechtbank Midden-Nederland
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek herziening terugvordering bijstandsuitkering wegens gezamenlijke huishouding
Eiseres heeft een verzoek ingediend om het besluit van 3 oktober 2014 te herzien, waarbij een bedrag van € 23.317,38 mede van haar werd teruggevorderd wegens een aangenomen gezamenlijke huishouding met haar ex-partner. Dit besluit was eerder bevestigd door de rechtbank en de Centrale Raad van Beroep.
In de huidige procedure betoogt eiseres dat zij nooit van de uitkering heeft geprofiteerd en wijst zij op persoonlijke omstandigheden zoals mishandelingen en psychische problemen. Verweerder heeft het verzoek afgewezen omdat er geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden zijn die herziening rechtvaardigen.
De rechtbank oordeelt dat de aangevoerde omstandigheden niet nieuw zijn of niet tijdig konden worden aangevoerd en dat het besluit niet evident onredelijk is. Er is onvoldoende specifiek bewijs over de situatie van eiseres en geen strijd met algemene beginselen van behoorlijk bestuur.
Daarom verklaart de rechtbank het beroep ongegrond en wijst het verzoek om herziening af. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling of griffierechtvergoeding.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard en het verzoek om herziening van het terugvorderingsbesluit wordt afgewezen.