ECLI:NL:RBMNE:2021:2441
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen naheffingsaanslag parkeerbelasting ondanks defecte automaat en gelijkheidsbeginsel
Eiser kreeg op 11 maart 2020 een naheffingsaanslag parkeerbelasting van €68,77 opgelegd omdat hij niet had betaald bij een parkeerautomaat die defect zou zijn geweest. Eiser stelde dat er een landelijke pinstoring was waardoor hij niet kon betalen en dat ook andere parkeerautomaten niet werkten. Hij voerde aan dat hij haast had vanwege een rechtszaak en niet bekend was in de omgeving.
De rechtbank oordeelde dat eiser verantwoordelijk was om op een andere wijze te betalen, bijvoorbeeld bij een andere automaat. Verweerder toonde aan dat bij de dichtstbijzijnde automaten wel succesvol pinbetalingen werden verricht rond het tijdstip van parkeren. Eiser had niet onderzocht of daar betaling mogelijk was. De omstandigheid van haast ontsloeg hem niet van zijn betalingsverplichting.
Eiser voerde ook aan dat het gelijkheidsbeginsel was geschonden omdat een collega met een defecte automaat geen boete kreeg. De rechtbank vond dat eiser niet aannemelijk had gemaakt dat zijn collega ook gecontroleerd was, zodat geen sprake was van gelijke gevallen.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
Uitkomst: Het beroep tegen de naheffingsaanslag parkeerbelasting wordt ongegrond verklaard.