ECLI:NL:RBMNE:2021:2596
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Belangenafweging bij terugvordering toeslagen ondanks financiële problemen aanvrager
Eiseres ontving in 2018 huurtoeslag, zorgtoeslag en kindgebonden budget, waarbij verweerder het gezamenlijk toetsingsinkomen met haar ex-echtgenoot als toeslagpartner hanteerde. Verweerder vorderde €697 terug wegens te veel betaalde voorschotten. Eiseres stelde dat zij geen inzicht had in het inkomen van haar ex-echtgenoot en daardoor niet tijdig wijzigingen kon doorgeven, en dat de terugvordering haar in financiële problemen bracht.
De rechtbank oordeelde dat eiseres op grond van de Awir aansprakelijk is voor terugbetaling, ondanks haar situatie. Wel stelde de rechtbank vast dat verweerder bij het bestreden besluit geen belangenafweging had gemaakt, wat volgens vaste rechtspraak verplicht is. Hierdoor was het besluit onvoldoende gemotiveerd en werd het beroep gegrond verklaard.
Verweerder had in het verweerschrift alsnog een belangenafweging gemaakt en toegelicht dat geen bijzondere omstandigheden aanwezig waren om de terugvordering te matigen of achterwege te laten. De rechtbank vond deze achteraf gemaakte motivering voldoende en liet de rechtsgevolgen van het bestreden besluit in stand.
De rechtbank veroordeelde verweerder tot vergoeding van het betaalde griffierecht van €47 aan eiseres. Er werden geen proceskosten toegekend. De uitspraak benadrukt het belang van een zorgvuldige belangenafweging bij terugvorderingen, ook als de aanvrager in een lastige financiële situatie verkeert.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd vanwege het ontbreken van een belangenafweging, maar de rechtsgevolgen blijven in stand door een achteraf gemaakte motivering.