Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 27 mei 2021 in de zaak tussen
[eiser], te [woonplaats], eiser
de Minister van Justitie en Veiligheid, verweerder
Inleiding en procesverloop
Overwegingen
8 juli 2019 en 11 september 2019 toen hem expliciet werd gevraagd of hij wel eens met de politie in aanraking was gekomen.
11 september 2019 dat eiser is gevraagd naar verschillende incidenten en dat is doorgevraagd naar eisers betrokkenheid daarbij. Daar heeft eiser geen inzicht in gegeven. Of verweerder daarbij dan heeft gevraagd of eiser een strafblad had, zoals hij stelt, of dat is gevraagd of hij ooit in aanraking is gekomen met politie of justitie, is minder van belang. Het gaat niet over de definitie die gegeven moet worden aan ‘strafblad’ maar om de omstandigheid dat eiser in het gesprek over de incidenten die staan vermeld op zijn justitiële documentatie niet open is geweest over zijn betrokkenheid daarbij. Bovendien heeft eiser niet gesteld dat hij tijdens het gesprek van 11 september 2019 wel openheid van zaken heeft gegeven. Uit het verslag van het gesprek met de onderzoeker van Bureau Integriteit blijkt dat eiser erkent dat hij op 8 juli 2019 en 11 september 2019 heeft gezegd dat hij nooit met de politie in aanraking is geweest. Hij verklaart dat hij niet bij de genoemde feiten heeft stilgestaan, ze waren lang geleden. Ook heeft hij er geen straf voor gehad.