ECLI:NL:CRVB:2007:BA3029
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.C.F. Talman
- T. Hoogenboom
- C.P.J. Goorden
- Rechtspraak.nl
Bevestiging tussentijds ontslag en schorsing wegens gelddiefstal en vertrouwensbreuk bij beveiligingsmedewerker
Appellant was sinds 1 juli 2002 in tijdelijke dienst als centralist/beveiligingsmedewerker bij het Centraal Museum. Op 5 augustus 2003 werd vastgesteld dat er geld uit de bedrijfskluis was gestolen en dat de kluissleutel was verwisseld. Een onderzoek door een particulier bureau concludeerde dat de dader waarschijnlijk uit een kleine groep centralisten kwam, waaronder appellant, die afwijkende verklaringen gaf en zijn toestemming voor een achtergrondonderzoek introk.
Naar aanleiding hiervan werd appellant op 28 november 2003 geschorst wegens ernstig geschaad vertrouwen en op 9 februari 2004 werd hem tussentijds ontslag aangezegd wegens het niet voldoen aan redelijke verwachtingen tijdens de proeftijd. Appellant maakte bezwaar tegen beide besluiten en stelde onder meer dat hij onterecht werd verdacht.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het college terecht de schorsing had uitgesproken omdat het dienstbelang dit vereiste en het vertrouwen in appellant ernstig was geschaad door zijn gedrag en het intrekken van medewerking aan het onderzoek. Ook het tussentijdse ontslag werd bevestigd omdat appellant niet voldeed aan de redelijke eisen en het vertrouwen definitief was geschaad. De Raad vond de brieven van appellant aan collega’s en wethouders buitenproportioneel en ongeschikt voor een ambtenaar in zijn functie.
De Raad bevestigde daarmee de uitspraak van de rechtbank Utrecht en wees een vergoeding van proceskosten af. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 5 april 2007.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het tussentijds ontslag en de schorsing van appellant wegens vertrouwensbreuk en niet voldoen aan redelijke verwachtingen.