Eiseres, met de Surinaamse nationaliteit, vroeg kinderbijslag aan voor haar minderjarige kinderen met de Nederlandse nationaliteit. De Sociale Verzekeringsbank (SVB) wees de aanvraag aanvankelijk af, maar besloot later kinderbijslag toe te kennen vanaf het vierde kwartaal van 2020, omdat zij vanaf 1 oktober 2020 als ingezetene van Nederland werd beschouwd vanwege een duurzame persoonlijke band.
Eiseres betwistte deze beoordeling en stelde dat de SVB onjuist de duurzame persoonlijke band had geïnterpreteerd en dat zij al vanaf 1 april 2020 aan de criteria voldeed, mede omdat zij sinds april 2019 ononderbroken in Nederland zou verblijven en voorbereidingen trof om haar kinderen in Nederland te laten opgroeien.
De rechtbank oordeelde dat de SVB terecht alle relevante omstandigheden heeft meegewogen, zoals het ontbreken van een zelfstandige woonruimte en het feit dat eiseres zich pas op 22 september 2020 in de Basisregistratie Personen (BRP) heeft ingeschreven. De rechtbank concludeerde dat eiseres onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zij vóór 1 oktober 2020 een duurzame persoonlijke band met Nederland had. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.