ECLI:NL:RBMNE:2021:3887
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing naturalisatieverzoek wegens tijdelijk verblijfsrecht op grond van Chavez-Vilchez
Eiser, met de Marokkaanse nationaliteit, verzocht om naturalisatie, maar dit verzoek werd afgewezen door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid vanwege bedenkingen tegen het verblijf voor onbepaalde tijd. Eiser heeft verblijfsdocumenten op grond van artikel 20 van Pro het VWEU, gerelateerd aan het arrest Chavez-Vilchez, die als tijdelijk verblijfsrecht worden beschouwd omdat ze gebaseerd zijn op een afhankelijkheidsverhouding met minderjarige kinderen.
Eiser betwistte dat zijn verblijfsrecht tijdelijk is en stelde dat de Verblijfsrichtlijn 2004/38/EG van toepassing is, mede omdat dit op zijn verblijfsdocument staat vermeld. De rechtbank oordeelde echter dat de naturalisatieprocedure gescheiden is van de verblijfsrechtelijke procedure en dat de beoordeling van het verblijfsrecht in een procedure op grond van de Vreemdelingenwet thuishoort.
De rechtbank concludeerde dat het verblijfsrecht van eiser inderdaad gebaseerd is op artikel 20 van Pro het VWEU en het arrest Chavez-Vilchez, en dat dit verblijfsrecht naar zijn aard tijdelijk is. Daarom was de afwijzing van het naturalisatieverzoek terecht en werd het beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het naturalisatieverzoek wordt ongegrond verklaard omdat het verblijfsrecht van eiser als tijdelijk wordt aangemerkt.