ECLI:NL:RVS:2021:395
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- H.G. Sevenster
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak over afwijzing naturalisatieverzoek op basis van tijdelijk verblijfsrecht
Appellante, houder van de Ghanese nationaliteit en een verblijfsdocument als familielid van een EU-burger (Chavez-Vilchez verblijfsrecht), verzocht om naturalisatie. De staatssecretaris wees dit verzoek af omdat het verblijfsrecht als tijdelijk werd beschouwd, wat volgens artikel 8 van Pro de Rijkswet op het Nederlanderschap bezwaren oplevert tegen verblijf voor onbepaalde tijd.
De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van appellante ongegrond. Appellante stelde hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling oordeelde dat de staatssecretaris ten onrechte niet heeft gehoord in bezwaar, waardoor het hoger beroep gegrond is en de uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd.
Hoewel het besluit tot afwijzing wordt vernietigd, blijven de rechtsgevolgen van het besluit in stand vanwege definitieve geschilbeslechting. De Afdeling benadrukt dat de naturalisatieprocedure gescheiden is van de verblijfsrechtelijke procedure en dat de staatssecretaris beoordelingsruimte heeft bij het bepalen of er bedenkingen zijn tegen verblijf voor onbepaalde tijd.
De Afdeling veroordeelt de staatssecretaris tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht. Het hoger beroep leidt tot vernietiging van de eerdere uitspraak en het besluit, maar het afwijzende besluit blijft feitelijk van kracht.
Uitkomst: Het hoger beroep is gegrond verklaard, de uitspraak en het besluit zijn vernietigd, maar de rechtsgevolgen van het besluit blijven in stand.