Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
nu gedetineerd in Justitieel Complex Zaanstad.
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
2.TENLASTELEGGING
primair),
dan welop die datum en in die plaats de genoemde goederen in bezit heeft gehad, terwijl hij wist of moest weten dat die goederen van een misdrijf afkomstig waren (
subsidiair);
primair),
dan welin die periode en plaats heeft geholpen bij genoemde inbraak (
subsidiair);
primair),
dan welop die datum en in die plaats heeft geholpen bij genoemde inbraak (
subsidiair);
primair),
dan welop die datum en in die plaats heeft geholpen bij genoemde inbraak (
subsidiair);
primair),
dan welop die datum en in die plaats voornoemde goederen in bezit heeft gehad, terwijl hij wist of moest weten dat die goederen van een misdrijf afkomstig waren (
subsidiair);
primair),
dan welop die datum en in die plaats genoemde tablets in bezit heeft gehad, terwijl hij wist of moest weten dat die van een misdrijf afkomstig waren;
4.VOORVRAGEN
5.WAARDERING VAN HET BEWIJS
in redelijkheidtot zijn oordeel omtrent die machtiging heeft kunnen komen. De rechtbank is van oordeel dat dat het geval is.
dezelfdeofficier van justitie
dezelfdeonderzoeken leidde van waaruit informatie met elkaar is gedeeld. Dat hij zichzelf (impliciet) toestemming heeft verleend voor het gebruik van deze informatie, ligt in die bijzonderheid besloten. Het zou bijzonder onpraktisch en te formalistisch zijn als een officier van justitie in zo’n geval formeel toestemming aan zichzelf moet verlenen om informatie uit het ene onderzoek over te hevelen naar het andere onderzoek en dit volgt ook niet uit het wettelijk systeem. De rechtbank verwerpt het verweer van de advocaat dan ook.
Prokuratuur-arrest [10] heeft het Europese Hof van Justitie (hierna: ‘HvJ EU’) bepaald dat verkeers- en locatiegegevens van telecommunicatieaanbieders slechts toegankelijk mogen worden gemaakt indien het gaat om procedures ter bestrijding van zware criminaliteit en procedures ter voorkoming van ernstige bedreigingen van de openbare veiligheid. Daarvan is volgens de advocaat geen sprake, tegen verdachte was op dat moment slechts door [slachtoffer 3] aangifte gedaan van een relatief onschuldig vergrijp. Daarnaast moet volgens dat arrest de toegang tot zulke verkeers- en locatiegegevens worden onderworpen aan een voorafgaande toetsing door een rechterlijke instantie of een onafhankelijke bestuurlijke entiteit. Ook daaraan is volgens de advocaat niet voldaan.
Prokuratuur-arrest alleen betrekking op verkeers- en locatiegegevens die op grond van een wettelijke bewaarplicht door de aanbieder worden bewaard en heeft het arrest geen gevolgen voor de Nederlandse rechtspraktijk. De Nederlandse Wet Bewaarplicht is namelijk op 11 maart 2015 door de kortgedingrechter in Den Haag buiten werking gesteld. Subsidiair stelt de officier van justitie dat het verzuim niet zo ernstig is dat de historische verkeersgegevens moeten worden uitgesloten van het bewijs. Als sprake is van een schending van artikel 8 van Pro het EVRM, betekent dat niet automatisch dat ook sprake is van een schending van artikel 6 EVRM Pro. Volgens de officier van justitie kan de rechtbank het bij een constatering van het verzuim laten.
Prokuratuur-arrest bedoelde richtlijn geen betekenis heeft voor het Nederlandse recht. Het doel van de richtlijn is de bescherming van de gegevens van gebruikers van elektronische communicatiediensten. In dat kader wordt in artikel 15 van Pro de richtlijn geregeld onder welke voorwaarden autoriteiten toegang kunnen krijgen tot deze gegevens voor, onder andere, de opsporing en vervolging van strafbare feiten. Daartoe mogen de lidstaten onder bepaalde voorwaarden ook een wettelijke bewaarplicht instellen. Het ontbreken van deze bewaarplicht in Nederland doet echter niet af aan de regels van de richtlijn over de toegang tot gegevens van gebruikers.
meerderemeldingen van afpersing door verdachte en de groep waar verdachte de leider van zou zijn. Dat is een onderzoek naar zware criminaliteit. Het verweer van de advocaat op dit punt wordt dan ook verworpen.
Prokuratuur-arrest volgt dat het aan de nationale wetgever is om de voorwaarden vast te stellen waaronder de aanbieders van elektronische communicatiediensten aan de bevoegde nationale instanties toegang moeten verlenen tot de persoonsgegevens waarover zij beschikken. Van belang is dat die toegang onderworpen is aan een voorafgaande toetsing door een rechterlijke instantie of een andere onafhankelijke bestuurlijke entiteit. Gelet op de vereiste onafhankelijkheid, mag de instantie die die toetsing verricht niet betrokken zijn bij de uitvoering van het strafrechtelijk onderzoek en moet zij neutraal zijn ten opzichte van de partijen in de strafprocedure. Dat is niet het geval bij een Openbaar Ministerie dat strafrechtelijke onderzoeken leidt en in dit geval ook optreedt als openbaar aanklager tijdens strafprocedures. Een latere toetsing van het besluit van de officier van justitie is niet voldoende om aan het onafhankelijkheidsvereiste te voldoen, omdat de controle door een onafhankelijke autoriteit moet plaatsvinden voorafgaand aan de machtiging.
La Quadrature du Net e.a.van 6 oktober 2020 [11] een beoordelingskader gegeven voor de vraag hoe omgegaan moet worden met processenverbaal die zijn opgesteld op basis van informatie die in strijd met de voorschriften van het Unierecht zijn verkregen. Het HvJ EU overweegt allereerst dat het volgens het beginsel van procedurele autonomie een zaak van het nationale recht is om de regels vast te stellen met betrekking tot de toelaatbaarheid van (onrechtmatig verkregen) informatie/bewijs, in die zin dat deze regels moeten voldoen aan het Unierechtelijke gelijkwaardigheidsbeginsel en doeltreffendheidsbeginsel. Het HvJ EU overweegt dat bewijsuitsluiting voor de hand ligt als sprake is van schending van een eerlijk proces (artikel 6 EVRM Pro).
tenlastegelegdeinbraak wordt bedoeld.
- digitale ontvanger, merk Sony;
- televisie, merk Samsung;
- computer, Pavilion DV6-6170SD Notebook.
- een tablet, merk Apple;
- computer, merk HP, Probook;
- verschillende sieraden;
- iMac, met muis en toetsenbord;
- bijbehorende apparatuur voor computers;
- hoofdtelefoon, merk Bose;
- luidspreker, merk JBL;
- twee jassen, merk Napapijri;
- rugzak, merk Wildebeast.
- computer, merk Apple, Macbook Air;
- computer, merk Toshiba;
- iPhone 5, merk Apple;
- iPhone 6, merk Apple;
- blauwe spaarpot;
- computer, merk Sony Vaio;
- action camera;
- sieraden;
- geld;
- zilveren spaarpot;
- oortjes voor iPhone 10;
- boormachine, merk Wesco;
- sporttas, merk Adidas;
- kniebeschermer, merk Mizuno;
- een kunstbeeld, zeehond;
- portemonnee;
- identiteitskaart van [D] .
- 14 karaat
- 14 karaat goud
- Waarde 585 goudprijs
- Werkwijze contante inkoop goud
- Inkoop goud
- De veiligste kluis Utrecht
popo(de rechtbank begrijpt: politie)
durft hij niet”. De rechtbank verklaart daarom wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de afpersing in nauwe en bewuste samenwerking met anderen heeft gepleegd.
6.BEWEZENVERKLARING
7.STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN
8.STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE
9.OPLEGGING VAN STRAF EN MAATREGEL
- meldplicht bij de reclassering;
- ambulante behandeling;
- begeleid wonen of maatschappelijke opvang;
- contactverbod met de medeverdachten;
- contactverbod met de slachtoffers;
- locatieverbod voor een gedeelte van Zeist, met elektronische controle;
- locatiegebod op zijn verblijfsadres;
- meewerken aan dagbesteding.
- [slachtoffer 3] ,
- [benadeelde 3] ,
- [slachtoffer 5] en
- [slachtoffer 4] .
10.BESLAG
11.BENADEELDE PARTIJ
12.TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN
13.BESLISSING
- verklaart de onder parketnummer 16.264544.19 onder 1, 2, 4, 5, 6, 8, 9, 10, 12, 13 en 14 ten laste gelegde feiten en het onder parketnummer 16.098928.21 ten laste gelegde feit bewezen zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld;
- verklaart het meer of anders ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij;
- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in rubriek 6 is vermeld;
- verklaart verdachte strafbaar;
- veroordeelt verdachte tot een
- bepaalt dat de tijd door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht op de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;
- legt aan verdachte op de maatregel strekkende tot beperking van de vrijheid voor de duur van vijf jaren;
- beveelt dat verdachte zich onthoudt van ieder contact, direct of indirect, met:
- beveelt dat voor het geval niet aan de maatregel wordt voldaan de maatregel per overtreding wordt vervangen door 7 dagen hechtenis met een maximum van 6 maanden;
- toepassing van de vervangende hechtenis heft de verplichting ingevolge de opgelegde maatregel niet op;
- wijst de vordering van [slachtoffer 3] toe tot een bedrag van € 2.876,-, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 16 april 2019;
- veroordeelt verdachte hoofdelijk tot betaling van het toegewezen bedrag aan [slachtoffer 3] , behalve voor zover deze vordering al door of namens een ander is betaald;
- bepaalt dat de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering is en bepaalt dat dit gedeelte kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
- legt verdachte de hoofdelijke verplichting op ten behoeve van [slachtoffer 3] € 2.876,-, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 16 april 2019, aan de Staat te betalen, behalve voor zover dit bedrag al door of namens een ander is betaald, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door gijzeling van 38 dagen. De toepassing van die gijzeling heft de hiervoor opgelegde verplichting niet op;
- bepaalt dat, indien en voor zover verdachte of een ander aan een van de genoemde betalingsverplichtingen heeft voldaan, daarmee de andere is vervallen;
- veroordeelt verdachte voorts in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- wijst de vordering van [aangeefster 1] toe tot een bedrag van € 2.159,70, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 25 oktober 2019;
- veroordeelt verdachte hoofdelijk tot betaling van het toegewezen bedrag aan [aangeefster 1] , behalve voor zover deze vordering al door of namens een ander is betaald;
- bepaalt dat de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering is en bepaalt dat dit gedeelte kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
- legt verdachte de hoofdelijke verplichting op ten behoeve van [aangeefster 1] € 2.159,70, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 25 oktober 2019, aan de Staat te betalen, behalve voor zover dit bedrag al door of namens een ander is betaald, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door gijzeling van 31 dagen. De toepassing van die gijzeling heft de hiervoor opgelegde verplichting niet op;
- bepaalt dat, indien en voor zover verdachte of een ander aan een van de genoemde betalingsverplichtingen heeft voldaan, daarmee de andere is vervallen;
- veroordeelt verdachte voorts in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- wijst de vordering van [E] toe tot een bedrag van € 1.461,99, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 26 oktober 2019;
- veroordeelt verdachte hoofdelijk tot betaling van het toegewezen bedrag aan [E] , behalve voor zover deze vordering al door of namens een ander is betaald;
- legt verdachte de hoofdelijke verplichting op ten behoeve van [E] € 1.461,99, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 26 oktober 2019, aan de Staat te betalen, behalve voor zover dit bedrag al door of namens een ander is betaald, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door gijzeling van 24 dagen. De toepassing van die gijzeling heft de hiervoor opgelegde verplichting niet op;
- bepaalt dat, indien en voor zover verdachte of een ander aan een van de genoemde betalingsverplichtingen heeft voldaan, daarmee de andere is vervallen;
- veroordeelt verdachte voorts in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- wijst de vordering van [D] toe tot een bedrag van € 250,-, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 26 oktober 2019;
- veroordeelt verdachte hoofdelijk tot betaling van het toegewezen bedrag aan [D] , behalve voor zover deze vordering al door of namens een ander is betaald;
- bepaalt dat de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering is en bepaalt dat dit gedeelte kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
- legt verdachte de hoofdelijke verplichting op ten behoeve van [D] € 250,‑, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 26 oktober 2019, aan de Staat te betalen, behalve voor zover dit bedrag al door of namens een ander is betaald, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door gijzeling van 5 dagen. De toepassing van die gijzeling heft de hiervoor opgelegde verplichting niet op;
- bepaalt dat, indien en voor zover verdachte of een ander aan een van de genoemde betalingsverplichtingen heeft voldaan, daarmee de andere is vervallen;
- veroordeelt verdachte voorts in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- wijst de vordering van [benadeelde 3] toe tot een bedrag van € 1.600,-, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 1 november 2019;
- veroordeelt verdachte tot betaling van het toegewezen bedrag aan [benadeelde 3] ;
- legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [benadeelde 3] € 1.600,-, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 1 november 2019, aan de Staat te betalen, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door gijzeling van 26 dagen. De toepassing van die gijzeling heft de hiervoor opgelegde verplichting niet op;
- bepaalt dat indien en voor zover verdachte aan een van de genoemde betalingsverplichtingen heeft voldaan, daarmee de andere is vervallen;
- veroordeelt verdachte voorts in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- wijst de vordering van [aangeefster 4] toe tot een bedrag van € 2.109,80, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 1 oktober 2019;
- veroordeelt verdachte tot betaling van het toegewezen bedrag aan [aangeefster 4] ;
- legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [aangeefster 4] € 2.109,80, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 1 oktober 2019, aan de Staat te betalen, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door gijzeling van 31 dagen. De toepassing van die gijzeling heft de hiervoor opgelegde verplichting niet op;
- bepaalt dat, indien en voor zover verdachte aan een van de genoemde betalingsverplichtingen heeft voldaan, daarmee de andere is vervallen;
- veroordeelt verdachte voorts in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- wijst de vordering van [slachtoffer 5] toe tot een bedrag van € 1.000,-, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 24 december 2020;
- veroordeelt verdachte hoofdelijk tot betaling van het toegewezen bedrag aan [slachtoffer 5] , behalve voor zover deze vordering al door of namens een ander is betaald;
- legt verdachte de hoofdelijke verplichting op ten behoeve van [slachtoffer 5] € 1.000,-, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 24 december 2019, aan de Staat te betalen, behalve voor zover dit bedrag al door of namens een ander is betaald, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door gijzeling van 20 dagen. De toepassing van die gijzeling heft de hiervoor opgelegde verplichting niet op;
- bepaalt dat, indien en voor zover verdachte of een ander aan een van de genoemde betalingsverplichtingen heeft voldaan, daarmee de andere is vervallen;
- veroordeelt verdachte voorts in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- wijst de vordering van [slachtoffer 4] toe tot een bedrag van € 1.150,-, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 24 december 2020;
- veroordeelt verdachte hoofdelijk tot betaling van het toegewezen bedrag aan [slachtoffer 4] , behalve voor zover deze vordering al door of namens een ander is betaald;
- legt verdachte de hoofdelijke verplichting op ten behoeve van [slachtoffer 4] € 1.150,-, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 24 december 2019, aan de Staat te betalen, behalve voor zover dit bedrag al door of namens een ander is betaald, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door gijzeling van 21 dagen. De toepassing van die gijzeling heft de hiervoor opgelegde verplichting niet op;
- bepaalt dat, indien en voor zover verdachte of een ander aan een van de genoemde betalingsverplichtingen heeft voldaan, daarmee de andere is vervallen;
- veroordeelt verdachte voorts in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil.