ECLI:NL:RBMNE:2021:4066
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen weigering bekorting loonsanctie wegens niet herstelde re-integratiegebreken
Eiseres, een werkgever, kreeg van het UWV een loonsanctie opgelegd omdat zij onvoldoende re-integratie-inspanningen had verricht voor een zieke werkneemster met benutbare mogelijkheden. De werkneemster was ziekgemeld na een auto-ongeval en had zich op grond van de Wet WIA gemeld voor een uitkering. Het UWV stelde dat de werkgever ten onrechte uitging van een situatie zonder benutbare mogelijkheden (GBM), terwijl de werkneemster wel mogelijkheden had om te re-integreren.
Eiseres verzocht om bekorting van de loonsanctie met verwijzing naar een medische expertise waarin werd gesteld dat de werkneemster niet onderzoekbaar was. Het UWV wees dit verzoek af omdat de tekortkomingen niet waren hersteld. De rechtbank oordeelde dat het aan eiseres was om aan te tonen dat de tekortkomingen waren hersteld, wat onvoldoende was gebeurd. De medische onderbouwing was niet overtuigend en de werkgever had onvoldoende sanctiemaatregelen toegepast om de werkneemster tot medewerking aan re-integratie te bewegen.
De rechtbank stelde vast dat de lat voor een bevredigend re-integratieresultaat hoog ligt en dat pas dan tot bekorting van de loonsanctie kan worden overgegaan. De toekenning van een WIA-uitkering achteraf betekent niet dat de tekortkomingen in de re-integratie zijn hersteld. Daarom werd het beroep ongegrond verklaard en werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit van het UWV om de loonsanctie niet te bekorten wordt ongegrond verklaard.