ECLI:NL:CRVB:2018:1733
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering verkorting loonsanctie wegens te late inzet tweede spoor re-integratie
Werknemer viel in 2012 uit wegens rugklachten en een verkeersongeval, waarna re-integratie in het tweede spoor noodzakelijk werd geacht. Het UWV stelde dat de werkgever te laat was begonnen met dit traject, waardoor mogelijk re-integratiekansen zijn gemist.
De rechtbank oordeelde dat de werkgever onvoldoende concrete re-integratieactiviteiten had ondernomen vóór februari 2014 en dat het verzoek tot verkorting van de loonsanctie daarom terecht was afgewezen. In hoger beroep betwistte de werkgever dit, maar de Centrale Raad van Beroep volgde het UWV en de rechtbank.
De Raad benadrukte dat de werkgever niet had aangetoond dat het tweede spoor adequaat was afgerond en dat het UWV terecht het bekortingsverzoek van juli 2014 had afgewezen. Het latere positieve besluit van april 2015 was gebaseerd op andere, uitgebreidere stukken en veranderde niets aan de beoordeling van het eerdere besluit.
De Raad bevestigde daarmee de eerdere uitspraak en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering tot verkorting van de loonsanctie bevestigd.