De rechtbank Midden-Nederland behandelde het verzoek van [A] om de geboorteakte te verbeteren. [A] werd geboren in 1996 en stond geregistreerd als vrouwelijk geslacht, maar identificeert zich als genderneutraal (non-binair) sinds 2016. De rechtbank stelde vast dat de huidige wettelijke regeling geen ruimte biedt voor een genderneutrale vermelding in de geboorteakte.
Hoewel artikel 1:19d BW voorziet in een aanduiding 'geslacht niet kunnen worden vastgesteld' bij twijfel na geboorte, was dit niet van toepassing op [A]. Ook de transitieprocedures voor geslachtswijziging bieden alleen keuze uit 'mannelijk' of 'vrouwelijk'. De rechtbank overwoog dat de maatschappelijke en juridische erkenning van genderneutraliteit is toegenomen en dat de wetgever bewust geen wetswijziging heeft doorgevoerd, maar ontwikkelingen afwacht.
Gezien deze stagnerende wetgevende ontwikkelingen en het grote individuele belang van [A] bij een juiste juridische erkenning van zijn genderidentiteit, weegt dit zwaarder dan het algemene belang van strikte naleving van de huidige wet. Daarom werd het primaire verzoek toegewezen en de geboorteakte aangepast met de vermelding dat het geslacht niet kon worden vastgesteld. Subsidiaire verzoeken werden afgewezen wegens gebrek aan belang.
De beslissing werd genomen door rechter E.A.A. van Kalveen en griffier A. Verouden op 30 augustus 2021. Tegen deze beschikking staat hoger beroep open bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden binnen drie maanden.