ECLI:NL:RBMNE:2021:4350
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep op langere terugwerkende kracht kinderbijslag dan één jaar
Eiseres heeft in 2016 gemeld dat haar kinderen uit huis geplaatst zijn en in een pleeggezin wonen. Naar aanleiding hiervan heeft de Sociale Verzekeringsbank besloten de kinderbijslag stop te zetten vanaf het vierde kwartaal van 2016 omdat eiseres onvoldoende bijdroeg aan het onderhoud van de kinderen.
In 2020 heeft eiseres opnieuw kinderbijslag aangevraagd. De Sociale Verzekeringsbank kende deze toe met terugwerkende kracht vanaf het tweede kwartaal van 2019, dus maximaal één jaar voorafgaand aan de aanvraag. Eiseres maakte bezwaar tegen deze beperking en vorderde een langere terugwerkende kracht.
De rechtbank oordeelt dat er geen sprake is van een verzoek tot herziening en dat de wettelijke regeling, artikel 14 lid 3 van Pro de Algemene kinderbijslagwet, geen ruimte biedt voor een terugwerkende kracht langer dan één jaar. De rechtbank wijst het beroep af en bevestigt dat het besluit van de Sociale Verzekeringsbank rechtmatig is genomen.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard en de kinderbijslag wordt slechts met één jaar terugwerkende kracht toegekend.