ECLI:NL:RBMNE:2021:4524
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering intrekking natuurvergunning veehouderij nabij Natura 2000-gebied
In deze bestuursrechtelijke zaak staat centraal of gedeputeerde staten van Utrecht terecht het verzoek van Coöperatie Mobilisation for the Environment U.A. en Vereniging Leefmilieu tot intrekking of wijziging van een natuurvergunning voor een veehouderij nabij het Natura 2000-gebied Oostelijke Vechtplassen hebben afgewezen.
De vergunning was verleend op basis van het Programma Aanpak Stikstof (PAS), dat in 2019 door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State onverbindend werd verklaard. MOB en Leefmilieu verzochten daarom om intrekking van de vergunning. Gedeputeerde staten wezen dit verzoek af, stellende dat de vergunning niet in strijd met wettelijke voorschriften was verleend en dat het belang van de vergunninghouder zwaarwegend was.
De rechtbank oordeelt dat het bestreden besluit een motiveringsgebrek vertoont doordat niet is ingegaan op een belangrijke bezwaargrond en dat de belangenafweging onzorgvuldig is omdat gedeputeerde staten ten onrechte uitgingen van een onherroepelijke vergunning terwijl er nog beroep liep. Ook is onvoldoende gemotiveerd waarom de door gedeputeerde staten genoemde herstelmaatregelen passende maatregelen zijn en wat hun effect en termijn is.
De rechtbank vernietigt het besluit en draagt gedeputeerde staten op het verzoek opnieuw te beoordelen, met inachtneming van de uitspraak. Tevens wordt het betaalde griffierecht aan MOB en Leefmilieu vergoed en worden proceskosten toegewezen. De uitspraak benadrukt het belang van een zorgvuldige motivering en belangenafweging in stikstofgerelateerde vergunningen en de noodzaak van generieke oplossingen door de overheid.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van intrekking natuurvergunning wordt vernietigd.