ECLI:NL:RBMNE:2021:4624
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijstandsaanvraag wegens onvoldoende objectieve en verifieerbare gegevens
Eiser vroeg bijstand aan op grond van de Participatiewet, maar verweerder stelde de aanvraag aanvankelijk buiten behandeling vanwege ontbrekende bankafschriften. Na bezwaar verklaarde verweerder het bezwaar gegrond, maar handhaafde de afwijzing omdat eiser onvoldoende objectieve en verifieerbare gegevens had overgelegd om zijn bijstandsbehoefte aan te tonen.
De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de contante stortingen leningen voor levensonderhoud betroffen, mede omdat de verklaringen van vrienden achteraf waren opgesteld. Daarnaast waren er geen mutaties op de bankrekening in een langere periode, wat niet werd verklaard door eiser. Ook het door eiser opgegeven zwarte werk werd niet onderbouwd met bewijs.
Verder werd geoordeeld dat verweerder niet bevooroordeeld had gehandeld en dat het opvragen van gegevens over een langere periode dan gebruikelijk gerechtvaardigd was vanwege de omstandigheden. Het beroep van eiser werd daarom ongegrond verklaard.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door rechter J.A. Schuman op 26 augustus 2021.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de bijstandsaanvraag wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende objectieve en verifieerbare gegevens.