ECLI:NL:CRVB:2020:3093
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag langdurige zorg op grond van de Wlz wegens ontbreken blijvende behoefte 24-uurszorg
Appellant, bekend met chronische PTSS met psychotische kenmerken, een chronische depressieve stoornis, een somatoforme stoornis en knieklachten, diende een aanvraag in voor zorg op grond van de Wet langdurige zorg (Wlz). Het CIZ wees deze aanvraag af omdat de somatische en psychiatrische problematiek niet leidde tot een blijvende behoefte aan permanent toezicht of 24 uur per dag zorg in de nabijheid.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond, stellende dat het medisch advies objectief en inzichtelijk was en appellant onvoldoende medische onderbouwing leverde om dit te betwisten. Appellant stelde in hoger beroep dat hij vanwege zijn verstandelijke handicap en valgevaar wel degelijk 24-uurszorg nodig had en dat hij ten onrechte niet persoonlijk was onderzocht.
De Raad oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd, waarbij alle relevante medische informatie was betrokken, inclusief een huisbezoek. Er was geen noodzaak voor een persoonlijk onderzoek door de medisch adviseur. De medische adviezen gaven een juist beeld van de situatie en concludeerden dat appellant in staat is om op hulp te wachten en hulp in te roepen.
Daarom is geen sprake van een situatie als bedoeld in artikel 3.2.1, eerste lid, aanhef en onder b, van de Wlz. Het hoger beroep wordt afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De aanvraag voor langdurige zorg wordt afgewezen wegens het ontbreken van een blijvende behoefte aan 24 uur per dag zorg in de nabijheid.