ECLI:NL:RBMNE:2021:4935
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen vastgestelde WOZ-waarde van woning in Utrecht
Eiser betwist de vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning te Utrecht, stellende dat deze te hoog is vastgesteld op €701.000,-. Hij voert aan dat de staat van onderhoud van zijn woning slechter is dan die van vergelijkbare panden in de buurt, die een lagere waarde hebben gekregen. Verweerder heeft de waarde onderbouwd met een taxatieoverzicht waarin vergelijkingsobjecten zijn opgenomen die qua ligging, bouwjaar en type woning vergelijkbaar zijn.
De rechtbank beoordeelt de onderbouwing van verweerder aan de hand van het taxatieoverzicht en de daarbij behorende toelichting. Verweerder heeft aannemelijk gemaakt dat de vastgestelde waarde niet te hoog is, mede doordat de gebruikte vergelijkingsobjecten recent zijn verkocht en correcties zijn toegepast voor tussentijdse waardeontwikkeling, grondwaarde en gebouwde delen. De rechtbank oordeelt dat het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalt omdat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat er identieke panden zijn die lager zijn gewaardeerd.
De rechtbank concludeert dat verweerder voldoende inzicht heeft gegeven in de gebruikte methodiek en gegevens, en dat de vastgestelde WOZ-waarde van €701.000,- rechtmatig is. Het beroep wordt ongegrond verklaard en een proceskostenveroordeling wordt niet toegewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €701.000,- wordt ongegrond verklaard.