Uitspraak
uitspraak van de meervoudige kamer van 30 september 2021 in de zaak tussen
[eiser] , te [woonplaats] , eiser
Inleiding
Overwegingen
Conclusie
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit;
Rechtbank Midden-Nederland
Eiser werkte sinds 1 juli 2018 bij een werkgever en werd niet verlengd na 1 juli 2020 vanwege integriteitsproblemen. Het UWV weigerde de WW-uitkering met het argument van verwijtbare werkloosheid op grond van dringende reden en later op het niet behouden van passende arbeid door eigen toedoen.
De rechtbank oordeelt dat er geen dringende reden was voor ontslag op staande voet en dat het niet verlengen van het contract niet valt onder het niet behouden van passende arbeid zoals bedoeld in artikel 24, eerste lid, aanhef en onder b, ten derde, van de WW. Er was geen aanbod tot voortzetting van het dienstverband in dezelfde omvang en geen actieve weigering van de werknemer.
Daarom is het beroep van eiser gegrond verklaard, is het bestreden besluit vernietigd en moet het UWV binnen acht weken opnieuw beslissen over de uitbetaling van de WW-uitkering. Tevens is het UWV veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het beroep van eiser is gegrond verklaard en het UWV moet binnen acht weken opnieuw beslissen over de WW-uitkering.