Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 2 september 2021 in de zaak tussen
[eiser] , te [woonplaats] , eiser
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Almere, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Beoordeling van het beroep
De rechtbank ziet evenmin aanleiding om in de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Rotterdam van 7 april 2017 [6] aanknopingspunten te zien voor een andere conclusie dan zij hiervoor heeft verwoord. In die uitspraak ging het om de vraag of een paspoort is afgegeven zonder dat daaraan een geboorteakte of een jugement supplétif ten grondslag lag. Dat is niet de dezelfde kwestie die in deze procedure speelt. Voor zover de uitspraak dient als onderbouwing van het standpunt dat in Guinee de praktijk anders kan zijn dan in het ambtsbericht staat beschreven, wijst de rechtbank op wat zij hiervoor al heeft overwogen. Het is aan eiser om aannemelijk te maken dat hij niet (meer) zou kunnen beschikken over een originele geboorteakte.
De beroepsgrond slaagt niet.
Beslissing
De rechter is verhinderd de uitspraak mede te ondertekenen.
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
[…]
2 De gegevens over de burgerlijke staat worden, indien zij feiten betreffen die zich buiten Nederland hebben voorgedaan, ontleend aan een geschrift als bedoeld onder a, bij gebreke hiervan aan een geschrift als bedoeld onder b of c, bij gebreke ook hiervan aan een geschrift als bedoeld onder d en bij gebreke ten slotte ook hiervan aan een geschrift als bedoeld onder e:
1 Het verzoek waarmee betrokkene met betrekking tot de basisregistratie het recht uitoefent op rectificatie van gegevens, bedoeld in artikel 16 van Pro de verordening, [8] of op wissing van gegevens, bedoeld in artikel 17, eerste lid, aanhef en onderdeel d, van de verordening, bevat de aan te brengen wijzigingen.